Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerste ons deel en voorrecht is. Bijzonder begenadigd zijn wij, indien èn het eerste èn liet tweede ons te beurt viel. Ik mag niet anders dan erkennen dat ook, op voor mij onvergetelijke wijze, èn het eerste èn het daarna genoemde mij ten deele viel. En nu: Ik ben, wat ik ben.

Ik acht het een grooten zegen, na een Evangeliearbeid van heden veertig jaren nog in uw midden te kunnen en te mogen wezen, in het werk van onzen Ileere Jezus Christus nog°te kunnen en te mogen arbeiden, en in wederzijdsche liefde en vrede samen te verkeeren. Neen, gij deedt mij geene moeite aan en wildot gaarne, dat ik u Christus en dien gekruisigd verkondigde. (Geschiedde het tegendeel, door enkelingen, Gode zij dank, het behoort tot de lang vervlogen tijden.) loen 1 aulus weid wat hij was toen hij schreef, wat hij was, sinds het gebeurde op Damascus weg, bracht dat, zooals voor de hand ligt en ook de Schrift ons zegt, vele harten en tongen in beweging. Hot verschijnsel was zoo groot, de verandering zoo finaal, de gevolgen waren zoo vele, zoo in hot oog loopend, dat ieder er over sprak, dat vriend en vijand vroeg — wat is er toch met hem voorgevallen. Over het voorval werd gesproken en naar de oorzaak gezocht en gegist. De Farizeün zeiden hoofdschuddend: Hij, die weleer met ons ijverde voor de wet en tegen den Nazireör heeft zich thans bij die secte aangesloten, en gelijk hij weleer in ónze eerste gelederen stond, staat hij nu vooraan in de gelederen van Hem en hen, die secte en oproer prediken. Is hem iets overkomen, (er gaan zonderlinge geruchten) is hij omgekocht, is hij in aanraking gekomen met, geholpen of omgekocht door één of meer van die dweepende, verleidende, inpakkende geesten? Vast staat het, dat hij totaal is omgekeerd. Hij zelf zegt, naar wij hooren, ik ben, wat ik ben — gehèel.

Ja, ook de vrienden en volgelingen van Jezus wisten eerst evenmin de oorzaak van de verbazende, opzienwekkende verandering ; ook zij vertrouwden het in den beginne niet, in den toonaard van overzomeren en overwinteren, werd er in hunne kringen eerst over gesproken. Het was zoo schielijk, en, naar zij vernamen, wonderlijk toegegaan. „Jezus gezien!" . . .' en Deze is immers niet meer hier, maar in den hemel." Zou Ananias het gelooven, wat door Paulus verhaald werd

Sluiten