Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

velen. Toch moet op hetgeen hij hier, als de oplossing van het wondervolle raadsel zijner verandering aangeeft, eenig en alleen al den nadruk vallen. Daarop den nadruk leggen," dat doet ook hij. Tot de genade Gods klimt hij op, bij haar staat hij stil, zij heeft het gedaan, uit haar vloeide alles wat hij sinds Damascus' weg was en is hem toe. Zij werd aan hem bewezen en in zijne verandering is zij geopenbaard en wordt zij verheerlijkt

Duidelijker nog dan weleer ziet hij dat in. Geen wonder dan ook dat zijn hart er mee vervuld is, dat hij daarvan gewaagt en daarop al den nadruk legt. Tot driemaal toe spreekt hij van en wijst hij in, dit eene vers op de genade Gods. Paulus zegt niet alleen, dat liij wat is, maar ook daarvan gewaagt hij, dat hij gansch het tegendeel was van hetgeen hij daarna is geworden en nu is. Daarvan geeft hij alleen Gods genade de eer, die hem deze genade geschonken en die in hem gewerkt heeft liet willen en werken. Waar hij schrijft: „Door de genade Gods ben ik, wat ik ben , daar ziet hij, met het oog op zijne verandering en hetgeen hij sinds is, op de wonderbare, Goddelijke macht der genade. Ook bij die macht staat liij stil.

Hij is niet slechts den vijanden, maar ook zich zeiven een raadsel. Met de vrienden moet hij als de dichter van Ps. 71 zeggen: „Ik ben velen tot een wonder geweest." Hij toch is door die genade op eenmaal geveld, in den grond veranderd, en van zijne vroegere wapenen is hij heiliglijk beroofd, ze zijn hem' uit de handen geslagen, en door hem voor altoos weggeworpen, ja hij heeft zich uit overtuiging en dies met een gewillig en volkomen hart, ja voor eeuwig gebogen onder Jezus, als zijn Heere en Koning; Zijnen wil te doen, heeft dc liefde en is de lust van zijn hart geworden. En het is niet de algemeene, maar de particuliere, de zaligmakende genade Gods, die hij aanwijst als de eenige oorzaak van hetgeen hij is, als volgeling en ambtsdrager van Christus Jezus. Voor de uitvoering van het ambt toch moest de liefde Christi hem dringen. Neen, deze genade is geen scheppingsgave, maar gave Gods, in en door Christus Jezus, aan een vijand, aan iemand, die dreiging en moord blies tegen Hem, die ze verwierf, aan een doemschuldige en vloekwaardige bewezen. Ze vloeit voort uit Gods vrije, eeuwige liefde, ze is onnagaanbaar duur verworven, en dat ze

Sluiten