Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— evenals men ook de kwaliteit van een boom kent uit zijn vruchten, — goed is of kwaad. Uit die vrucht blijkt het dus, of ge met een onwedergeborene te doen hebt, of met een die met zijn wortelen in een anderen stam, n.1. den Christus, is ingeplant. Het vaste beginsel is dit: maak den boom goed, èn zijn vrucht goed: gij kunt niet het ééne doen, zonder ook het andere te bewerken. Want uit de vruchten wordt de boom gewis gekend. Want de goede mensch brengt, het is zeker en vast, goede dingen voort uit den goeden schat des harten, gelijk ook de booze kwade dingen uit den kwaden schat.

Gelijk ook in Matth. 7 : 15—19, alwaar wij dezelfde beginselen ontwikkeld vinden. Ja, met beslistheid wordt hier geleerd: het kan niet, dat een goede boom, kwade vruchten voortbrengen zou, vers 18. En zal men dan tóch, tegenover dit „kan niet", stellen: kan wèl, zeggende dat het wel gebeurt dat een wedergeborene gedurende twintig en meer jaren gansch onbekeerd voortleeft? In Luk. 9 : 43 wordt dit nog eens bevestigd: „Het is géén goede boom, die kwade vrucht voortbrengt".

Nu hebben wij de aandacht te vestigen op 1 Joh. 3 : 7—10. Aldaar lezen wij zoo:

„Kinderkens, dat niemand u verleide. Die de rechtvaardigheid „doet, die is rechtvaardig, gelijk Hij rechtvaardig is.

„Die de zonde doet, is uit den duivel.

„ Een iegelijk die uit God geboren is, die doet de zonde

„niet, want zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen, „want hij is uit God geboren.

„Hierin zijn de kinderen Gods en de kinderen des duivels „openbaar. Een iegelijk, die de rechtvaardigheid niet doet, „die is niet uit God, en die zijnen broeder niet liefheeft".

Hier willen wij bijvoegen Rom. 7 : 14—26, alwaar Paulus die aangrijpende geestelijke ontleding geeft van zijn eigen en aller wedergeborenen bestaan. In het licht van die woorden wordt het ons klaar, hoe Johannes van den uit God geborene, — hoewel hij ter eener zijde niet ophoudt te zondigen, zoolang hij in dit leven is, — toch ter anderer zijde zegt, dat hij dë zonde niet doet, en dat hij niet kan zondigen, want dat hij is uit God

Sluiten