Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat de kerkelijke pers tot nu gezegd heeft van 2)s. 'Diermanse s vorig werkje.

Bazuin, 1907 No. 28:

Reeds gaf Ds. D. vroeger onder denzelfden titel een eerste deeltje, en nu het tweede groot 130 pag. over een belangrijk onderwerp dat nog altijd in onze kerken levendig js.

Nog kalmer, nog meer gespeend aan scherpe uit= drukkingen dan het 1ste gedeelte, schreef hij dit tweede waarin hij behandelt:

lo. De onderstelling des Doops naar den regel van zijn bediening;

2o. De onderst, d. D. naar zijn wezen en werking;

3o. Zal de genade verzegeld worden dan dient ze vooraf te gaan;

4o. De Doop die geen zegel is, is niet de Doop of het Sacrament;

5o. Zoo verliezen de ouders den troost dien de Doop hunner kinderen hun verschaft;

Ds. D. redeneert scherp, let op de puntjes en zoekt in alles de H. Schrift te laten heerschen.

Dat zijn goede eigenschappen.

Ook gaat de schrijver rond en open te werk en tast de uitspraken van mannen als Dathenus, Acronius en anderen duchtig aan; ze toetsende aan de uitspraken van Gods Woord. Nu kan men hier en daar met hem verschillen in bijzonderheden maar ons komt het toch voor, da^ hij in 't algemeen genomen, volkomen gelijk heeft in zijn klem= mend betoog, dat „naar de H. Schrift de Doop niet leert, dat de uitverkoren kinderen in het Verbond geboren, aireede, tenminste in den regel, wedergeboren zijn."

Worde ook dit deeltje door velen met die aandacht gelezen, die het inderdaad verdient!

Noordtzij.

Groningsch Kerkblad, 3e Jrg. No. 4:

In dit werkje biedt hij aan het Gereformeerde volk in het algemeen, zijn aangekondigd onderzoek aan of de leer (dat de uitverkoren kinderen wedergeboren zijn) eisch des doops is.

Alles wat de Schrijver te berde brengt, wordt met de grootste nauwgezetheid getoetst aan de Heilige Schrift en aan de belijdenisschrifien der Gereformeerde Kerken. Van

Sluiten