Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van wijlen Mejuffrouw Teekens, maar dat nu ook opgeeischt zijn door de Erven van wijlen Notaris Fortuin Droogleever twee maal f 500.— alzoo dat het totaal opgeëischte bedrag heden was f 1700.— en dat nog wel bij Deurwaarders-Exploit en Dagvaarding, dat tot heden niet is gelukt het vereischte bedrag te bekomen, in weerwil van alle pogingen die de kerkeraad aangewend heeft, hetzij als obligatie of 2de hypotheek, reden waarom de Kerkeraad meende de leden der gemeente hiervan kennis te moeten geven, om na overleg en bespreking te beproeven het opgezegde bedrag te bekomen, en zoo de leden daarin niet konden voorzien, oordeelde de Kerkeraad de Classis-commissie hiermede in kennis te stellen, en die uit te noodigen zoo spoedig mogelijk tot ons te komen, om ons zoo mogelijk van raad te dienen, wat de algemeene goedkeuring wegdroeg, en dat zulks spoedig zou geschieden. De Voorzitter beloofde dat nog heden avond te zullen doen, wat dan ook door hem gedaan is. Verder werd nog veel gevraagd en gesproken over deze zaak, doch niets dat eenig resultaat opleverde.

Punt 2.

De Voorzitter deelde nog mede dat hij in dezen vóóravond pogingen had aangewend bij den WelEd. Heer Notaris Cambier van Nooten, wien hij opdracht had gegeven te trachten een 2de hypotheek te krijgen en dat niemand die beter geven kon, dan de eerste hypotheekhoudsters die hij daartoe reeds bezocht had. Door uitstedigheid van de hypotheekhoudsters was deze poging vruchteloos. Een volgend bezoek had tot resultaat, dat Hypotheekhoudsters niet genegen waren een tweede hypotheek te geven.

Punt 3.

De Voorzitter deed de vergadering opmerken dat het een treurig verschijnsel was, zoo te worden beproefd, maar zeide het hem geen wonder was, dat waar de Christelijke liefde niet heerschte, de Heere zijn zegen niet kon gebieden. De verschijnselen waren zoo merkbaar des Zondags in het oi: komen, en het was steeds woelen en oppositie verwekken in de gemeente; zelfs zóó dat een Ouderling op de openbare straat aangeroepen wordt, dat hij oorzaak was dat de gemeente kwijnde, er bij voegend dat zij niet zouden rusten, totdat De Goeij Sr. en J. Vonk Sr. als ouderlingen hadden bedankt. Niet dat ze iets tegen De Goeij hadden, maar alleen dat hij en Vonk er tegen waren den Heer Molenaar te beroepen naar Gouda, daarom zou de dag verheerlijkt

Sluiten