Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

merkte op, dat ze er dan hadden moeten zijn en betwijfelde daarom hetgeen door den Br. werd gezegd, en bovendien, die er niet waren werden niet gerekend.

Van den Heuvel zeide ongeveer 't zelfde en wees op de noodzakelijkheid even als Den Br. dat het Molenaar moest zijn, omdat als die voorging de kerk vol was, beter dan met Dominé's. De Voorzitter zeide, dit te betreuren en verklaarde dat, hóe het ook ging, de Kerkeraad een Leeraar gewenschter achtte.

Punt 10.

Ouderling Veldman zeide dat hij het niet eerlijk had gevonden van Molenaar in zijn brief, waarin hij voor Gouda bedankt, te schrijven geen vrijmoedigheid te hebben de roeping op te volgen terwijl hij mondeling heeft gezegd aan iemand hier tegenwoordig, dat hij bang voor G-ouda was geworden, omdat de Kerkeraad ook tegen hem was. Van tweeën een : oneerlijk, of tweetongig.

Punt 11.

De Voorzitter zeide dat als die broeder hier is, het gewenscht zou zijn hij zich zou uitspreken, waarop Br. van Dijk zeide dat hij die persoon was, maar dat hij voor zich daarin volstrekt geen oneerlijkheid of tweetongigheid in zien kon.

De Goeij antwoordde van Dijk dat het hem voor kwam dat een van beiden waar moest zijn, want zoo hij van Gods wege vrijmoedigheid had, niets den heer M. in den weg zou gestaan hebben; voor Kerkeraad of wien ook, bevreesd behoefde te zijn, naar Gouda te gaan.

Punt 12.

Geen discussiën meer toegelaten zijnde, verzocht de Voorzitter de volgende week een meer belangstellender opkomst, tot verkiezing van Kerkeraadsleden en werd de vergadering op gebruikelijke wijze gesloten.

Openbare vergadering van 8 Mei 1907.

Punt 1.

Nadat de Voorzitter de vergadering had geopend met gebed, heette hij de opgekomen broeders welkom, maar gaf ook zijn teleurstelling te kennen dat maar achttien leden waren opgekomen in zulke gewichtvolle omstandigheden.

Sluiten