Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(83)

dea veelbesproken, alarmeerenden brief van ds. Sowden 1) aan ds. Yair ter hand met de dringende uitnoodiging, dat hij omtrent 'de zware beschuldigingen, daarin vervat, zich zou verantwoorden en wel 's Woensdags na Nieuwjaar. 2)

Aan die vordering heeft Worsley voldaan. Aan het consistorie legde hij een schrijven over vaD zijne hand, beleefd en welwillend genoeg, doch waarin hij, zonder op de zaak zelve in te gaan en door overtuigende bewijzen Sowdens verpletterend requisitoir te ontzenuwen, trachtte door het bijbrengen van eenige losse aanteekeningen — de randglossen van een criticus — den kerkeraad met schoone, doch in dit geval weinig zeggende woorden tevreden te stellen. Worsley begint zijne verantwoording aan den kerkeraad, met te zeggen, dat hij, om geen kwaad met kwaad te vergelden, volstrekt niet voornemens is Sowden met gelijke munt te betalen en 's mans doopceel te lichten. Er zou anders wel gelegenheid voor zijn; want naar Worsley ter oore is gekomen, heeft Sowden nu eenige jaren geleden getracht een collega het hieltje te lichten, om dan later zelf in diens plaats beroepen te worden. Die tactiek laat hij aan anderen over. Zoo noodig zal een koopman uit Botterdam wel een boekje over Sowden opendoen en den man aan de kaak stellen.

Liever wil hij het voorbeeld volgen van zijn grooten Meester en zijnen vijanden vergeven. //Ik heb", zoo zegt hij, //een goed geweten voor God en menschen." //Daarom", zoo gaat

') Genoemde brief was de commissie onder recepis ter hand gesteld door ds. Yair bij haar bezoek te zijnen huize. De inhoud van dit schrijven werd namens den kerkeraad later aan de regeerende burgemeesters medegedeeld. Zie over een en ander de Notulen van den Engelschen kerkeraad.

2) De kerkeraad kon niet anders dan vertrouwen, dat Worsley wettig predikant was, en hield hem daarom de hand boven het hoofd. Genoemde kerkeraad had immers beloofd, bijaldien Worsley naar Middelburg terugkeerde — het zou voor hem een bewijs zijn, dat deze de echtheid zijner testimonia overtuigend in het licht kon stellen — dat hij als leeraar niet alleen zou worden „joyfully received, but protected from all yours (his) enemies". Zie brief van den Engelschen kerkeraad aan Worsley in dato 12 December 1759.

Sluiten