Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(96)

mogelijk te kunnen opvolgen, zonder te kort te doen aan de autonomie hunner kerk. Zij toch meenden, dat hun college in de eerste plaats het recht toekwam een oordeel uit te brengen in zake de ernstige beschuldigingen tegen hun predikant. Dat recht kwam hun niet toe van, of werd hun niet verleend door de classis, evenmin als deze hare bevoegdheid tot rechtsspraak ontleent aan een coetus, deze op haar beurt aan eene provinciale, en de provinciale aan de algemeene synode. De kerkeraad der Bngelsche kerk geniet eigene jurisdictie even goed als de classis Walcheren en wel volgens kerkenordening. In de uitoefening van dit zijn recht geniet de kerkeraad dezelfde bescherming ven den souverein als de classis, echter met dien verstande, dat men van de rechtspraak van den kerkeraad in appèl kan komen bij de classis, zooals men zich van de uitspraak van eene classis beroepen kan op den coetus en zoo vervolgens, telkens op eene meerdere vergadering. Dit onvervreemdbaar recht, door de kerkenorde gewaarborgd, mag noch kan de kerkeraad uit handen geven. *)

') En wel om de volgende redenen niet. Vooreerst verzoekt de kerkeraad geene gun9t, als hij de stukken en documenten in Worsley's zaak terugvraagt; het is zijn onvervreemdbaar recht. Er behoeft alzoo niet bij stemming uitgemaakt te worden, of aan dit recht zal worden voldaan , ja dan neen. Derhalve kan de kerkeraad deze stukken, hoe gaarne hij deze ook weêr in zijn bezit wil hebben , niet overnemen krachtens eene resolutie der classis. Deed de kerkeraad zulks, dan zou hij zelf een groot deel van het recht der kerk prijs geven. Vervolgens strijdt het evenzeer tegen het recht en de vrijheid der kerk, dat deze de bedoelde stukken ter eerste instantie wederom aan de classis zou moeten teruggeven , alsmede dat de classis den kerkeraad injugeert, ten spoedigste omtrent Worsley's zaak onderzoek te doen. Dit laatste is al eene groote infractie tegen de vrijheid. Zulk eene handelwijze heeft de Engelsche kerk, die immers vrij is in hare jurisdictie van de classis Walcheren, toch wél niet verdiend. De classis denkt toch niet, dat de kerkeraad de felle beschuldigingen, tegen Worsley ingebracht, niet grondig zal onderzoeken en liefst maar blauw blauw zal laten ? De kerkeraad beschouwt dan ook dat gedeelte der resolutie liever als eene „kwalijk begreepen" dan als eene stellige meening van de classis. Ten slotte de classicale eisch, dat de kerkeraad van maand tot maand de classis rapport zal doen van het stadium waarin zich het onderzoek bevindt. Is dit „jok", of „ernst"? zou men kunnen vragen. „Wie zag immer een regter ter eerster instantie door een regter in

Sluiten