Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat het getij verloopen is, moest toch ook de kerk de bakens verzetten,

gelijk die opmerking: „onze Vaderen leefden bij hun walmende olielampen in half duister, en wij, menschen van den nieuweren tijd, wij zien en onderscheiden de dingen toch veel beter dan zij, en daarom moest toch ook het licht in den vuurtoren wel versteld worden" — beantwoorden wij met deze opmerking: hoe de tijden en gelegenheden ook veranderen, Gods Woord Lfiijfit eeuwig heizelfde, en dat Woord mag nooit veranderd worden noch iets van hetzelve worden afgedaan!

En omdat de aloude belijdenis onzer Geref. kerk naar uitwijzen van dat onbedriegelijk en eeuwig-blijvend Woord was, zullen wij, menschen van den nieuweren tijd, tot die oude, beproefde paden terug modten keeren!

Want bij alle spreken over nieuw licht, klaagt de Heere dat het zoo duister is, zeggende: de zonne zal niet opgaan, tenzij gij teruggaat tot Mijn Woord; terwijl de dichter van Ps. 119 getuigt: „wat vree heeft elk, die uwe wet bemint; zij zullen aan geen hinderpaal zich stooten." (83)

Daarom zei Dr. Hoedemaker in 1883, Rector-Magnificus zijnde der vrije Universiteit, in zijn rede genaamd „de herleving der Geref. beginselen" (pag. 49): de ware vooruitgang zal moeten worden gezocht en zal worden gevonden op den weg, van welken men met het woord „repristina-

tie" (herleving van het oude) belieft te spreken.

* *

Zoo is de Ned. Herv. (Geref.) kerk van ouds gebouwd geweest op het fundament der Apostelen en Profeten, waarvan Jezus Christus de u'iterste en eeuwige hoeksteen is.

Er was één Heere, één geloof, één doop — alles naar uitwijzen van Gods Woord en de 3 Formulieren van Eenigheid.

En zoo zal het wéér moeten worden.

Want onze kerk mag niet een huis zijn, waar waarheid en leugen samenwoont en waar ieder doen en laten mag wat hij wil.

Neen — zoo schrijft Mr. Groen van Prinsterer. (Verspreide Geschriften II blz. 86) „kerkgemeenschap, bij wederzijdsche bestrijding der grondslagen van elkanders geloof, is ongerijmd."

Ach — hoe is het goud zoo verdonkerd, het goede fijne goud zoo veranderd.

Hoe zijn de steenen des heiligdoms vooraan op alle stra/'

Sluiten