Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Domela Nieuwenhuis, bleef nog predikant, hoewel het over duidelijk was, dat zijn geloof een gansch ander geloof was dan het geloof der gemeente; wat hem mogelijk gemaakt werd — zooals hij zelf getuigt — „door de groote mate van vrijheid, welke in die dagen in het Ev. Luthersch kerkgenootschap aan' een idder werd verleend." Maar in 1879 legde hij toch zijn ambt neer, gevoelende dat zijn posiiïe eene oneerlijke en ongeoorloofde positie was, getuigende: „had ik meer met de waarheid kunnen sollen, dan zou ik gebleven zijn, maar dat kon en wilde ik niet."

En hoe is 't met Ds. Hugenholz gegaan, die nu sedert 1877 zijn Vrije gemeente heeft in Amsterdam?

Banden knelden hem in de Hervormde kerk, die hij niet langer kon en wilde dragen en er werd met 250 gemeente leden een uitgang gezocht naar een gemeente, waar men mocht gelooven en leeren wat men zelf wilde en waar men aan alle kerkelijk karakter vreemd zou zijn.

Men ging dan ook henen uit onze kerk en men heeft nu een „Vrije gemeente," waar niet wordt gesproken van „predikant en kerkeraad" maar van „voorgangers en bestuur"; waar de catechisatie een vijfjarge „cursus" van godsdienst onderwijs is geworden; waar in de godsdienstige samenkomsten soms teksten ontleend worden aan den Bijbel zelf, wat het O. Testament betreft in de nieuwe Leidsche, wat het Nieuwe aangaat in de nieuwe Synodale vertaling, maar veelal aan drie bloemlezingen, door den Voorganger met anderer medewerking verzameld, te weten: „Levenslicht uit vroeger eeuwen" „Levenslicht uit den nieuweren tijd" en ,Levenslicht uit den Bijbel;" waar dus feitelijk de oude Bijbel is verwisseld voor „het boek der menschheid;" waar op de ramen der groote „zaal" een beeldengallerij is aangebracht van helden geleerden en profeten; waar in gekleurd glas, sierlijk in lood gevat, Socrates naast Mozes, Marcus Aurelius naast Christus, Augustinus naast Hugenholz, Luther naast Spinoza staat: waar het Psalmboek is verwisseld voor den bundel liederen van den Protestantenbond; waar Doop en Avondmaal zijn afgeschaft, waar men goeden Vrijdag vereenigd heeft met Paschen, zich dan verheugend in de herlevende natuur; waar Hemelvaartsdag en Pinksteren vergeten worden.

En ziet, zoo zouden wij ook willen dat allen van onze Ned. Herv. (Geref.) Kerk uitgingen, die met haar leer en historie openlijk in strijd zijn, en waarin men niet anders

Sluiten