Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ut om met den Psalmist te bidden en te smeeken: „Gij hebt een wijnstok uit Egypte overgebracht, hebt de Heidenen verdreven en hebt denzelven geplant; Gij hebt de plaats voor hem bereid, en zijne wortelen doen inwortelen, zoodat hij het land vervuld heeft. De bergen zijn met zijne schaduw bedekt geweest, en zijne ranken waren als cederboomen Gods. Hij schoot zijne ranken uit tot aan de zee en zijne scheuten tot, aan de rivier. Waarom hebt Gij zijne muren doorgebroken, zoodat allen, die den weg voorbijgaan, hem plukken? Het zwijn uit het woud heeft hem uitgewroed en het wild des velds heeft hem afgeweid.

O God der he'irscharen! Keer toch weder en aanschouw

uit den hemel, en zie, en bezoek DEZEN wijnstok"

(Ps. 80.)

Ja — dat is onze hooge en heilige en goddelijke roepingi-

Niet: „verderf dezen wijnstok, o Heere!"

Neen: „keer toch weder en aanschouw uit den hemelen zie en bezoek dezen wijnstok."

Want onze Ned. Herv. (Geref.) kerk is een plantihge Gods!

* *

*

Of wij dan vijandig staan tegenover degenen die wél onze Ned. Herv. ({Geref.) kerk verlaten hebben, 't zij bij de Afscheiding in 1834 of bij de Doleantie in 1886?

Geenszins!

Veel, veel meer zijn zij onze broeders in onzen Heere Jezus Christus dan de Modernen, Evangelischen enz. die in onze kerk zijn, maar onze kerk haten en haar fundamentsteenen omwroeten gelijk het zwijn uit het woud.

Maar, vriend zijnde van onze uitgetredene broeders, zeg gen wij met des te meer vrijmoedigheid, gelijk eenmaal Groen van Prinsterer tot zijn vriend Ds. Schwartz: „wij gaan niet met u mede, omdat wij niet m og e n!"

„In het genootschap, hoe diep gezonken en ontaard, leeft de Hervormde kerk nog." (Groen, kerk gem. overleg iIlV pag. 100)

Neen — wij verlaten onze kerk -nog niet.

Niet tevergeefs is onze kerk gedrenkt met het bloed der martelaren.

Wij geven het erfdeel onzer Vaderen nog niet over aan de vijanden.

Sluiten