Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Langzaam maar zeker heeft zich in de twee laatste eeuwen een groot deel van het breede veld van ons maatschappelijk leven aan den invloed der kerk onttrokken. De religie verloor over het geheel terrein in alle standen der maatschappij. Philosophieën, die in niet-christelijken bodem wortelen, ondermijnden stelselmatig het godsdienstig leven der massa, terwijl de kerk niet alleen geen genoegzame tegenweer bood tegen het haar dreigend gevaar, maar zelve dikwijls heeft meegewerkt om de kracht der religie te breken. De groote menigte onttrok zich aan het kerkelijk leven. Vooral de kringen, die ontwikkeling en beschaving hoog hielden, keerden zich maar al te dikwijls welbewust tegen de kerk. Zoo ontstond er een groot gebied, waarop zij weinig of geen invloed meer oefende.

En daarnaast valt nu nog bovendien waar te nemen, dat de kerk onder het juk der met haar waarachtig wezen strijdende organisatie, ook zelfs binnen den kring van hen, die met haar nog niet braken, niet meer die gewichtige plaats kan blijven innemen, die haar rechtens toekomt. Waar zij door hare organisatie belemmerd wordt in de vrije uiting van haar levensdrang, daar schiep zich het religieuse leven zelf onafhankelijk van de kerk een werkkring.

Het gevolg was, dat er een maatschappelijke arbeid opkwam, hetzij van een beslist ongodsdienstig karakter, hetzij ook meer of minder Christelijk getint.

Sluiten