Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

invloed van den Geneefschen Hervormer gaf in beginsel aan het diaconaat de eere terug, die het rechtens toekwam. In zijne kerkformatie werd het aangelegd op het doel, waarvoor het oorspronkelijk was ingezet. Dat treedt aan den dag niet slechts in de geschriften der theologen, maar ook in kerkorde en belijdenis. Calvijn zelf onderscheidde twee soorten van diakenen. De eene had zich te belasten met het beheer der middelen in den ruimsten zin, terwijl de andere door persoonlijk hulpbetoon jegens de armen de kerk te dienen had (Instit. lib. IV, c 3. § 9).

In hoofdzaak stemmen alle Gereformeerde kerken met hem overeen. Het diaconaat is voor haar het orgaan der Christelijke barmhartigheid. De Geneefsche reformatie greep in beginsel het wezen van het diaconaat. Meer dan van eenige andere tak van het Protestantisme is het de onvergankelijke verdienste deiGereformeerden, dat zij niet slechts principieel de roeping tot barmhartigheid voor de kerk hebben aanvaard, maar ook gepoogd hebben haar door het ambt te verwerkelijken. Hiermede wordt niet gezegd, dat op Gereformeerd terrein het diaconaat tot voldoende, laat staan nog volledige ontwikkeling is gekomen, maar wel, dat hier van het beginsel zelf de machtigste prikkel kan uitgaan tot steeds grooter krachtsbetoon van het der kerk inwonend levensprincipe.

De historie leert, dat er ook in dit opzicht een schuld rust op de kerk. Er was een tijd, dat zij eere genoot, dat zij macht en aanzien had, maar het kan niet ontkend, dat zij in de dagen van haren schoonsten bloei, toch niet steeds van hare roeping voor de wereld het diepste besef had. Gelijk op zoo menig ander gebied bleef zij ook op het terrein der barmhartigheid beneden het peil van hetgeen zij had kunnen en

Sluiten