Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Diakenen richten hunne bedeelingen in naar de stoffelijke behoeften en den zedelijken toestand der armen in verband met de middelen, waarover zij kunnen beschikken. In geen geval zvjn zij gehouden meer personen te ondersteunen of meer ondersteuning te verstrekken, dan hunne middelen gedogen." Ik kan niet nalaten te verklaren dat ik volkomen eens ben met Dr. Vos, als hij zegt: *) „De omschreven grens is doodelijk voor de liefdadigheid. De gemeente moet geven naar behoeften, maar hoe zal zij naar roeping geven indien zij weet, dat er aan de behoefte niet verder voldaan wordt dan hare giften voor het oogenblik reiken? Naar den maatstaf van haar vermogen leggen zij een schat weg voor hare armen, doch het is maar al te bekend, dat als er geen bijzondere drangreden bij komt, slechts een armoedige kerkcent wordt ingeworpen, doch nooit een behoorlijke gave." Maar het is niet alleen dat de drang tot de oefening van barmhartigheid wordt gedrukt door zulk een bepaling, ook het ambt zelf verliest er door van zijn edelen glans. Zulk een bepaling leert den diaken in tal van omstandigheden onbarmhartig te zijn. Zij leert hem maar al te vaak na te laten hetgeen hij naar zijn innigste overtuiging doen moest. In elk geval strekt zij niet tot de verheffing van het ambt, maar leidt tot de mindere waardeering van het diaconaat.

Minder waardeering van het diaconaat is geen onschuldig iets, maar kan een gevaar worden voor de kerkelijke liefdadigheid. Ja zij is dat reeds geworden, want met dit verschijnsel hangt onmiddellijk een ander samen, dat heel de diaconale werkzaamheid verlamt, het diaconaat machteloos maakt. De gemeente toch

') De tegenwoordige inrichting der Vaderlandsche Kerk, blz. 95.

Sluiten