Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anderen ? Zeer zeker moet zij dat. Ook voor de diepst gezonkenen heeft de kerk een roeping. Maar daarmede is niet gezegd, dat zij alle menschen over één kam moet scheren. Zij heeft een roeping voor de huisgenooten des geloofs en eene voor alle menschen. Zij moet het eene doen en het andere niet nalaten. En helaas, nu komt het dikwijls hierop uit, dat het eene wordt nagelaten en het andere niet wordt gedaan. Terecht maakt het oude bevestigingsfurmulier onderscheid tusschen armen en armen. Laat de diaconie met dat onderscheid ernst maken. En zij zal het doen, als de kerkeraad eens doet wat des kerkeraads is. Voetius heeft gezegd, dat verkwisters, overdadigers, dronkaards enz. wel behoeftig zijn, maar nog geen armen, die uit de kas der diaconie onderhouden moeten worden. Toch wil hij ze helpen, als de nood het vordert, maar overigens het aan den magistraat overlaten deze „inutilia pondera terrae," dezen maatschappelijken ballast tot rede te brengen. Ware armen echter noemt hij hen, die door ouderdom, lichaams- of zielsgebreken of tegenspoed hun eigen brood niet kunnen eten.

Het is immers duidelijk, dat er een ongezonde toestand is, als de groote toeloop van allerlei menschen, waarop vooral in de groote steden niemand het oog houdt, de verzorging der ware armen onmogelijk maakt. Wat de kerk doet, moet zij goed doen. Op deze wijze ondermijnt het diaconaat echter niet slechts gezonde armenverzorging, maar ook zichzelf.

Wat kan er dan geschieden om den arbeid der diaconie vruchtbaar te doen zijn? Allereerst dit: verdeeling van arbeid invoeren. Een deel der diakenen heeft zich speciaal te bemoeien met de kerkelijke armen in den beperkten zin des woords, een ander deel zich uitsluitend bezig te houden met armenzorg in den wijden zin

Sluiten