Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tusschen de Fransche Revolutie en het Neo-Malthusianisme, welke analogie alleen verklaard kan worden door eenheid in beginsel.

Steeds dieper dringt door in het leven der volken een strijd welke in de 18e eeuw is aangebonden, en zich uitstrekt op elk terrein van het leven. Geconcentreerd wordt deze strijd in de vraag naar de souvereiniteit. Volgens hen die God als Souverein erkennen is toen de grondslag der dwaling gelegd, volgens hen die den mensch autonoom verklaren, zichzelf een wet, vangt in dit tijdstip de vrijmaking van den mensch aan.

Geen God en geen Meester" is het beginsel van het ongeloof, dat in de Fransche Revolutie van 1795 zijne triumphen heeft gevierd, inzonderheid op 't gebied der staatkunde, waar het de volkssouvereiniteit gehuldigd heeft; doch niet alleen daarin; ook op het gebied van het zedelijke leven heeft het zijne verwoestingen aangericht. Voor den souvereinen mensch was de band van het huwelijk een onzedelijke dwang en daarom werd een wet der echtscheiding ontworpen, met het gevolg, dat de basis waarop de familie rust en dus ook de grondslag voor eene geordende samenleving, een tijdlang, als een belemmering der vrijheid opzij is geworpen. Maar nu bleek dat men „voor een vloek had gehouden wat als een zegen was aan te merken". (Gr. v. Pr.). In de vergadering der 500 riep Reynaud uit „dat 't moeilijk zou zijn al de onheilen te schilderen, door deze wet der echtscheiding veroorzaakt. Men heeft gedacht dat men de afkeer van het huwelijk en de ontrouw zou doen ophouden. Noodlottige dwaling ! Men heeft ze vermenigvuldigd".

Mailhe beschrijft 't huwelijk dier dagen als een zaak van speculatie. „Men neemt een vrouw als eene koopwaar wTaarvan men het profijt berekent, dat ze af kan werpen, en waarvan men zich ontdoet als ze geen voordeel meer afwerpt".

Zelfs het getal huwelijken was zooals Alfred des Cilleuls opgeeft afgenomen ').

In „bloed en tranen" is de revolutie geëindigd en veroordeeld, want zooals Gr. v. Pr. zegt 2), de uitkomst is het tegendeel der

1) Alfred des Cillenls. La popnlation 1902 pag. 38—54.

2. Groen v. Prinsterer. Ongeloof en revolutie. Uitgave H. A. van Bottenburg 1903. pag. 163.

Sluiten