Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorspiegeling geweest: „Voor regt onregt, voor vrijheid dwang, vooi verdraagzaamheid vervolging, voor humaniteit onmenschelijkheid, voor zedelijkheid zedenbederf'. (Gr. v. Pr. 161).

De revolutie is veroordeeld; doch niet de theorie waarvan ze het noodzakelijk gevolg was, zooals op staatkundig gebied door Gr. v. Pr. met ijzeren logica in zijn „Ongeloof en Revolutie" is aangetoond; niet de philosophie van de materialisten van de 18e eeuw. Zoo wordt duidelijk, hoe 't mogelijk was dat het bekende werk van Darwin, over ,,'t ontstaan der soorten" een vonk was, welke thans meer op wetenschappelijk gebied opnieuw de revolutie deed ontbranden ; en allen, die „onbevooroordeeld"' waren, weder hun wierook deed offeren op het altaar der rede. Darwin had het raadsel der eeuwen opgelost en door natuurlijke oorzaken de natuur verklaard. Kenschetsend is het woord waarmede Dr. Kuyper J) zijne magistrale rede van 1899 begint: „Onze negentiende eeuw sterft weg onder de hypnose van het Evolutie-dogma".

De 20e eeuw begint met te ontwaken uit dien droomtoestand.

Prof. Heymans 2) rekent het overmatig vertrouwen in de onfeilbaarheid van het denken tot „de normale kinderziekten" in het leven der wetenschappen, en ontdekt de fout van vele onderzoekers; eene fout ook door Darwin en zijne volgelingen in het algemeen gemaakt, nl. „dat eerst op grond van algemeene indrukken en redeneeringen een plausibel schijnende indeeling geconstrueerd wordt, en deze eerst daarna met enkele voorbeelden geïllustreerd wordt, in plaats van eerst de feiten te verzamelen en dan te zien wat zich daarop laat bouwen".

Reinke 3), een beroemd botanicus in Duitschland, ziet de slavernij waarin de wetenschap verkeert en zijne poging haar uit hare onnatuurlijke banden te bevrijden, wordt reeds met succes bekroond; en Hugo de Vries 4), een van Darwins grootste vereerders, moet erkennen, wat reeds voor meer dan 30 jaren door Chr. Natuurphilosophen is uitgesproken, nl. „dat de selectie niets vermag dan slechts een blooten schijn van een eigenmachtig ingrijpen te bewerken".

1) Dr. A. Kuyper. Evolutie 1899.

2) Ned. Tijdschr. v. geneesk. 1907, pag. 1241.

3) J. Reinke. Zie zijn : Die Welt als Tat. en Theor. Biologie.

4) Hugo de Vries. Die Mutationstheorie. "• De II 1903 pag. 422.

Sluiten