Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. Physiék. Het sterftecijfer is wel is waar in Frankrijk gedaald. Van 23.6 op 1000 inwoners in 1861—70 tot 19.6 in 1901—1904; doch in datzelfde tijdvak is het sterftecijfer in Nederland gedaald van 25.4 tot 16.4. Niettegenstaande het geringe geboortecijfer staat Frankrijk thans bij Nederland ten achter, terwijl voor 50 jaar juist het omgekeerde het geval is. De overige beschaafde landen toonen een zelfde verschil ten nadeele van Frankrijk. Tuberculose in andere landen eer af- dan toenemend '), neemt in Frankrijk veeleer toe, komt in elk geval veel meer voor dan in Duitschland -).

Geheel hiermede overeenkomende is een statistiek van de Fransche en Engelsche post-administratie, door Dr. Pinkhof in zijn „voordracht voor Betsalel" aangehaald. Daaruit blijkt dat wegens ziekte in Engeland de mannelijke beambten gemiddeld 7.9 dag per jaar verzuimden, de vrouwelijke beambten gemiddeld 12.2. In Frankrijk daarentegen de mannelijke 19.2, de vrouwelijke 33.5 dagen. De bewering van Anten „ook kan ieder zich dan beter van al de verplichtingen van zoo'n ambt kwijten" (pag. 27) vindt hier geen bevestiging.

b. Moreel. Het aantal onwettige geboorten 3) op elke 1000 was gemiddeld 76 in de jaren 1861—70 en is vermeerderd tot 90 in 1891—1900. In Nederland is dit aantal in ditzelfde tijdvak gedaald van 39 tot 30, zooals blijkt uit de „Statische mededeelingen, uitgegeven door het bureau van Statistiek der gemeente Amsterdam 1907", waaraan deze cijfers ontleend zijn.

Doodslag en moord zijn belangrijk toegenomen; in 1891—95 met 16%. Ook de zelfmoord. In 1830 hadden op elke 100000 inwoners 5 zelfmoorden plaats; in 1892 bedroeg dit getal 24 4).

1) Op 100 dooden overleden in Prnisen in 1893 10.31%, in 1898 9.86, in 1903 9.89% en in 1906 9.570/o.

2) Daar in Frankrijk geen statistiek bestaat van 't geheele rijk, doch alleen van de grootste steden, heeft men vergeleken de sterftecijfers aan Tbc. in de steden van Frankrijk en Duitschland met een zielental boven 15000 inwoners en dan zijn van 1901—1903 in Frankrijk gemiddeld per jaar 30.06 per 1<H)(H) inwoners aan Tbc. overleden en in Duitschland 20. On peut donc dire que la mortalité par Tbc. pulmonaire dans les villes de plus de 15000 habitants a été, en 1901, 1902, et 1903, de moitié pluselevéeen France qn'en Allemagne. (La semaine medicale. 1906. pag. 76).

3) Dr. Rutgers vergelijkt de absolute cijfers: deze blijven ongeveer gelijk; doch alleen de verhoudingsgetallen geven een maatstaf ter beoordeeling van de zedelijkheid.

4) Alfred des Cilleuls. La population, 1902 pag. 182 geeft volgende cijfers aan voor de suicide: 2.119 in 1831—35, 4.661 in 1861—65en 9.23bin 1891 95.

Sluiten