Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de handel internationaal geworden, en zooals weleer de verhouding was van de stad tot het rondom liggende land, zoo is thans de verhouding van den dichtst bevolkten staat tot de minder bevolkte landen. Van overbevolking is dan ook geen sprake.

In de toekomst misschien? A priori te zeggen dat dit onmogelijk is, daar het in strijd zou zijn met Gods goedheid en wijsheid, lijkt me niet juist gedacht en geen rekening te houden met den menschelijken factor, en de verantwoordelijkheid van den mensch in deze. Toch meen ik, is overbevolking niet te vreezen, want bij hooge moraal is ze natuurlijk onmogelijk ; en bij lage moraal is veeleer achteruitgang te duchten, zooals door tal van voorbeelden uit de historie is te bewijzen. Actueel is de vraag echter niet en eeuwen moeten zeker verloopen voor ze dit kan worden.

„So wenig wie der Einzelmensch sich dadureh von seiner Arbeit für morgen zurückhalten lasst, dass er einmal wird sterben müssen; so wenig wie die Menschheit sich um die verwandten pessimistischen Ausblicke kümmert (Erkaltung der Sonne etc.), so wenig hat uns der prophetische Malthusianismus zu kümmeren" J).

't N. M. is dan ook geen economische quaestie. Nóch vroeger nóch thans is de economie de drijfveer van het handelen geweest op moreel gebied. „Les nations n'ont pas d'oreilles pour écouter ces théories et les jeunes ménages n'ont point la coutume pédantesque de fouiller la bibliothèque" 3).

Dr. Wijnaendts Francken 3) doet een poging om het N. M. toch tot het gebied der economie te brengen: dat slechts gelukt door eene andere beteekenis aan het woord „economisch" te geven, nl. van finantieel. Zoo spreekt hij van „de economische zorgen", die elk kind met zich zal brengen, waaronder „geldelijk" moet verstaan worden. Overtuigend echter is aan te toonen, dat ook volgens W. Fr. het N. M. niet staat of valt met de economie. Na het zeer wijfelend betoog over de leer van M. eindigt hij op pag. 139: „Maar gesteld al dat Malthus' bevolkings-theorie onjuist ware, dan nog zou daarmede hoegenaamd niet het recht van gezinsbeper-

1) Oppenheimer 1. c. pag. 193.

2) Arsène Dumont. Dépopulation et civilisation, 1890, pag. 19.

3) Ür. C. J. Wijnaendts Francken, 1. c. pag. 102 en 110.

Sluiten