Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den deskundigen niet ten kwade, indien zij naar hun beste weten handelen want economie is moraal en moraal is economie.

Practisch moge de Bond den abortus bestrijden en aldus de consequentie van hetgeen geleerd wordt; doch moreel is hij mede verantwoordelijk, omdat hij zooals Nitti zegt: ,,'t venijn van het egoisme in de zielen stort" en de moraal en het zedelijk besef vernietigt". Men bestrijdt wel dit of dat, doch ondergraaft de zedelijkheid zelf; zooals ook prof. Treub om den abortus criminalis te straffen, het recht zelf ondermijnt, door de moeder, ofschoon medeschuldig, vrij uit te laten gaan J). Geen wonder dat ook op zedelijk gebied de revolutie eindigt in „bloed en tranen".

Zeker men ergert zich over den abortus, zooals men zich geergerd heeft over het schrikbewind, maar: „men ergerde zich over de gevolgtrekkingen van wat men zooeven zelf gepredikt had", (Gr. v. Pr. 301).

De Fransche revolutie heeft geleerd „dat waar het welzijn van den staat tot drijfveer en rigtsnoer verstrekt, het onregt regt wordt en dat uit plichtsbesef aan den afgod, waarheid, billijkheid en menschelijkheid ten offer gebracht wordt" (Gr. v Pr. 294) en zoo ook leert het N. M. dat als het welzijn van het gezin de maatstaf voor het handelen wordt, eerst door het gebruik der middelen aan de stem der conscientie, d. i. de stem der zedelijkheid, het zwijgen wordt opgelegd en dat dan zoo noodig abortus wordt opgewekt en „om der menschheid wille, de stem der menschelijkheid gesmoord" (Gr. v. Pr. 323).

Wat de personen betreft: „Het gedrag der coryfeën was zelfs in het meest afgrijselijke getrouwe toepassing der revolutie-begrippen en naar dien regel lofwaardig gebruik van revolutionaire kracht" (Gr. v. Pr. 315), doch wat de daad zelve betreft: „Nergens levert de ijselijkheid van de praktijk ter veroordeeling van de theorie een zoo verpletterend bewijs" (Gr. v. Pr.). „Men beklaagt zich over de afdwalingen der menschen, en vergeet dat, onder den invloed der revolutie-begrippen, de vrije keus binnen de verscheidenheid van dwaalwegen beperkt is", (Gr. v. Pr. 239.)

Het zou me te ver voeren het geheele verloop te schetsen; ik

1) «Tijdschr. v. geneesk. 1908 pag. 558,

Sluiten