Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wie zijn Kerk en zijn volk liefheeft, kan niet anders dan met ontroering den ontzettenden geestelijken achteruitgang onzer groote steden aanzien. Hiji laat zich niet verblinden door het zien van volle morgenbeurtem en enkele goede avondbeurten, (want wat zijn deze in verhouding tot het groote getal inwoners eener groote stad!), maar hij' ziet de werkelijkheid onder de oogen, wanneer hij gaajt, doende bet stille werk van het huisbezoek overeenkomstig Hand. 20:20, van huis tot huis. En dan is er, helaas! voor hem maar gelegenheid te over om te weenen over „de breuke der dochter zijns volks." En dan verstaat men ook, waarom een man, wel niet staande op gelooivig standpunt, maar tocih van hoogen, idealen zin als Frederik van Eeden, onze steden kon noemen „de pestbuilen onzer moderne samenleving," al is dit woord dan ook niet van zekere overdrijving vrij te pleiten.

„Ja," zal iemand zeggen, „gij spreekt daar van huisbezoek; hadden de dominees dat maar eens meer gedaan!" Doch Üe predikanten kunnen evengoed van hunne zijde zeggen: „Ja, — en hadden de Gemeenten ons een» in de gelegenheid gesteld om het te doen!" Of wat dunkt u, lezer, heeft dit eenvoudige, nuchtere feit niets tot de gemeente te zeggen, dat hier te Rotterdam bv. in de laa,tste 25 jaren heit aantal Hervormden bijna is verdubbeld en dat toch het aantal predikanten precies hetzelfde is gebleven? Dubbel werk dus gelegd op de schouders van éénen arbeider! En heeft dit tweede feit niets te zeggen, dat de tonne gouds, die thans hier door Gods verrassende goedheid gereed ligt voor de stichting eener nieuwe predikantsplaats, hoofdzakelijk is samengebracht door de mildheid van enkele groote gevers en geefsters, terwijl de gemeente a 1 s gemeente naar verhouding veel te weinig hiertoe heeft bijeengebracht? Fn ditzelfde geldt immers van vele groote stichtingen der laatste 30 jaren?

Wij wijzen slechts op deze dingen, opdat men niet eenzijdig zij in zijne beschuldiging van de predikanten. Wij' ontkennen niet het tekort ten opzichte van het huisbezoek. Wij zijn bereid, ook persoonlijk, schuld te bekennen, en dit

Sluiten