Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jezus Christus is hel Hoofd Zijner Gemeente, maar ook de Koning van de koningen der aarde (Ps. 2, vg. Fiiipp. 2:9—11). Daarom heeft de Overheid wel degelijk eene roeping ook tegenover de Kerk. Het is niet genoeg, dat zijl „aan het Evangelie zijn vrijen loop late." Zij: mag niet zeggen van de Kerk: „ben ik mijns broeders (in dit geval: mijner zuster) hoeder?" Zij heeft wiel deg|elijk positief de Kerk te steunen met haren machtigen arm. En hoe zal zij1 dit nu beter doen dan door ook financiëel de Kerk ter liulp te komen'? Daarom zegt art. 36 onzer Nederlandsche Geil o of sb elijidenis ook, dat het het ambt der Overheid is „niet alleen acht te nemen en te waken over de Politie, maar ook de hand te houden aan den heiligen Kerk ediensit". i

De Overheid heeft niet alleen een stoffelijke, maar ook een ethische (zedelijke), ja, religieuze (godsdienstige) taak. De Overheid heeft niet alleen voor de soci ale, s toiffel'ijke nooden, maar ook voor de g e e s t e 1 iji k e nooden des volks te zorgen. De Overheid moet toonen, dat ook ziji het woord verstaat: „De mensch zal biji brood alleen niet leven, maar bij' ,a 11 e woord, dat door den mond Gods uitgaat."

Vooral in een tijd als de onze, die staat „in het teeken van het sociale vraagstuk," is het dubbel noodig hierop nadruk te leggen. Verschillende sociale wetten gaan elkander almeer opvolgen. Velen pleiten thans voor deze sociale nooden, velen uit allerlei partijen. Het is ons wel; ook wij meenen, dat zoodoende in menigen stoffelijken noodstand zal worden voorzien, maar — indien het geestelijke geen gelijken tred houdt met het stoffel ij ke, wordt al dit geld, naar het Woord des Heeren (Hagg. 1:6), toch slechts ontvangen „in een doorboorden buidel."

En daarom is het naar onze overtuiging thans meer dan ooit de roeping der Kerk, om voor haar recht, ook tegenover de Overheid, op te komen. Volkomen terecht schreef daarom Ds. Sikkel onlangs eene brochure over deze kwestie onder den titel: liet brood der Kerk, ook een sociale vraag (Amsterdam, H. A. van Bottenburg), welk geschrift we daarom ten zeerste ter lezing aanbevelen. Indien de Kerk, met name ook onze Volkskerk, haar recht in deze eenvoudig prijs geeft, dan zal het gevolg daarvan zijn, dat zij hoe langer hoe meer de plaats als publieke Kerk, die zij tot nu toe in ons volk innam, verliest. Dan wordt het Christendom gedegradeerd tot den rang van sekt e.

Onze vaderen hebben het dan ook altijd zóó begrepen, dat „de hand honden aan den heiligen Kerkedienst" o.a. zeer

Sluiten