Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het recht der Kerk om als Kerk te bestaan en op te treden, eerbiedigen; — zij allen btehooren in hun consciëntiën ontstoken te worden. Omdat de ijlver voor het brood der Kerk in onze eeuw zoo 'ter aarde ligt."

Volgens —36 der Nederland sche Geloofsbelijdenis is het de roeping der Overheid om „niet alleen acht te nemen en te waken over de Politie, maar ook de hand te houden aan den heiligen Kerkedienst." En onze Gereformeerde vaderen hebben dit „de hand houden niet verstaan in een soort platonischen zin, als iets afgetrokkens, maar in zeer reëelen zin, bepaaldelijk ook door financiëelen steun. Telkens klopten zij Ibij de Heeren Hoogmo«enden, de Staten, om het een of ander aan.

Bastingius zegt dan ook fo.v. in zijine verklaring van den Catechismus (1594), sprekende over het 4de gebod, dat de Overheid heeft te zorgen „met gemeenen raad en oordeel des kerkeraads, dat de Kerk voorzien zij van geleerde en bekwame

mannen waartoe dan van noode is, dat zij ook verordineere

eerlijk onderhoud, waarvan zij leven mogen, die in het woord, en tot opbouwing der kerken arbeiden, naar het bevel des Heeren, en naar het exempel der godzajige koningen, die deswege in de H. Schrift hoogelijk geprezen worden, dat zij tot onderhouding van den h. dienst ijverig en naarstig zich bewezen thebben."

Pas later begonnen sommigen (vooral Voetius) onder invloed van de Engelsehe non-conformisten (degenen, die zich van de Staatskerk hadden afgescheiden) tegen dien financiëelen steun van staatswege bezwaar te maken. Blijkbaar kwam dit bezwaar meer uil practische dan uit principïëele beweegredenen voort. Ieder toch gevoelde wel, dat het rationeel is en ook Schriftuurlijk, dat .de Overheid een zoo grooTTMang als de .religie in het volksleven steune, en wel ook op de meest krachtige 'wijze, waarop zij steunen kan, d. i. financiëel. Doch men had dikwijls (het is niet te ontkennen, de geschiedenis onzer Kerk wijst het uit) den druk der Overheid ondervonden als een belemmering bijl de vrije ontplooiing der Kerk. En daarom wilden sommigen dezen knoop maar doorhakken door op financiëelen steun van overheidswege niet langer aanspraak ite maken en daarmede dan tevens, zooals men meende, de overheidsinmenging voor goed te hébben geweerd.

Sluiten