Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cle markt; zij levert geen geldelijke waarden en zij schrijft geen rekeningen.

Naar de materialistische rekening van dein socialistischen tijdgeest, dat alleen arbeid van spieren en hersenen, die aan de stoffelijke wereld en haar producten ten goede komt, mee de hand mag hebben in den buit en den buidel van het stoffelijk goed, wordt dan ook de Kerk op n u 1 gerekend, en wordt er voor haar sociaal bestaansrecht geen schijn of schaduw van grond aanwezig geacht. Tenzij de beteekenis van het Woord Gods en van de publieke religie, en daarmee van de K e r k, de beteekenis van g e e s t e1 ij k e n arbeid en geestelijke waarden voor het sociale menschenleven weer erkend wordt, allereerst door hen, die voor dit leven het recht bestellen, zal er in de sociale maatschappij der toekomst naar de economische rekening, idealen, studiën en rechtsbeschouwingen onzer eeuw voor de Kerk dan ook geen plaats overblijven; of zij zal in den arbeid voor het stoffelijk goed en het natuurlijk leven naar het goedvinden der sociale maatschappij dienstbaar moeten weten te worden, om zoo haar rekening voor een winstdeel te kunnen schrijven

Het brood der Kerk is in de handen, die het brood

der aarde gewinnen Daar ligt het brood der Kerk,

en daar roept het tot God om recht". En nu is het „de heilige en onbreekbare ordinantie Gods voor allen, die in den stoffelijiken arbeid den buit en den buidel dragen en beheeren, en die het recht voor het sociale leven bestellen, om te zorgen voor zoodanig beheer en voor zoodanige ordening van het sociale leven, dat met de vrucht van den akker, met den prijs van het arbeidsproduct, met de inkomst van den handel en met het gewin van het kapitaal niet slechts het brood der Kerk, dat daarmee van Godswege i nkomt, wordt ingezameld, maar dat het ook naar recht wordt onderscheiden en zonder vermindering aan de Kerk des Heeren wordt toegebracht als haar wettig deel."

Wij komen thans tot de geschiedenis van art. 171 onzer Grondwet en zijne tegenwoordige toepassing.

Zooals we reeds opmerkten, ligt in art. 171 nog eene krachtige historische herinnering aan art. 36 onzer Ge 1 o of s b el ijid en i s, waarin aan de Overheid haar plicht wordt voorgehouden „om de hand te houden aan den heiligen kerkedienst." Tot

Sluiten