Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PSALM 119 : 76 en 80.

Maar, Heer, Gij zijt. nabij, Gij ziet mij aan, De waarheid is aan Uw geboón verbonden.

Ik wist van ouds reeds uit Uw woord en daan,

Dat al, wat Gij getuigd hebt, ongeschonden

En vlekkeloos voor eeuwig zal bestaan,

Gevestigd op onwankelbare gronden.

Ai! zie, o Heer! dat ik Uw wet bemin;

Uw gunst vernieuw mijn leven en mijn krachten.

Uw godlijk woord is waarheid van 't begin;

Uw recht heeft nooit verandering te wachten:

Dies houd ik dat met een verblijden zin:

Leer door uw Geest mij dat gestaag betrachten.

„Zet de oude palen niet terug", vermaant de Spreukendichter ("23 : 10). God heeft aan Zijne gemeente eene erve geschonken, en die erve is de Christelijke waarheid, die ons in de Heilige Schrift is geopenbaard. Die erve is door God nauwkeurig aangewezen, zóó afgebakend dat niemand omtrent haar in het onzekere behoeft te zijn. De grenzen dier erve zijn door palen, door grondwaarheden aangewezen, zoodat elk aan die palen kan weten, of hij zich binnen Gods erve bevindt, of nog daar buiten omdoolt. Binnen die erve is de waarheid, de waarheid die den mensch vrijmaakt van de zonde en den dood. Buiten die erve is de verblinding, de leugen, de slavernij.

In onze dagen wil de een de door God geplaatste palen uit den grond rukken, de ander wil die oude palen achteruit zetten, omdat ze er te veel door bepaald worden. De een acht de waarheid schadelijk voor den Staat, voor het huisgezin en voor den mensch zeiven. De ander aanvaardt de waarheid, maar onder zooveel voorbehoud, als hem goed dunkt. Maar onze Gereformeerde vaderen legden er altijd nadruk op, dat het ons niet geoorloofd is om de oude palen terug te zetten. Heel hun begeerte en streven was, om Gods geopenbaarde waarheid te eeren en te handhaven. Daarom is er voor ons nog zooveel te leeren uit vele van hunne geschriften. Ook in die oude voorraadschuur is wel

Sluiten