Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kaf onder het koren, maar tal van godzalige mannen spreken nog tot ons volk, nadat zij reeds lang gestorven zijn.

In het jaar 1563 verscheen te Heidelberg een boekje, geschreven door Zacharias Ursintjs, hoogleeraar in de Godgeleerdheid te Heidelberg, in de Hoogduitsche en in de Latijnsche taal tegelijk. Het boekje was een Catechismus, d. w. z. eene onderwijzing in de Christelijke religie. Luther en Calvijn hadden reeds vroeger een Catechismus geschreven. Maar het boekje van Ursinus werd reeds in hetzelfde jaar overgezet in onze Hollandsche taal. Een paar jaren later gaf de predikant Petrus Dathenus, die het algemeen vertrouwen genoot, er een nieuwe vertaling van. Nu kwam deze Catechismus, naar zijne geboorteplaats de Heidelbergsche genaamd, weldra in zeer vele handen. Zóó viel hij in den smaak, dat men spoedig begon den Catechismus in leerredenen te behandelen. En reeds in 1586 werd hem een blijvende plaats verzekerd in onze Gereformeerde Kerken: in dat jaar bepaalde de Synode te 's-Gravenhage, dat de dienaars des Woords overal des Zondags in de namiddagpredikatie den hoofdinhoud der Christelijke leer, in den Heidelbergschen Catechismus vervat, zouden uitleggen. De geheele Catechismus zou op deze wijze in een jaar worden rondgepreekt. Zijn aanzien en invloed namen snel toe, totdat eindelijk door de Synode van Dordrecht (1618) werd bepaald, dat hij met de Geloofsbelijdenis zou behooren tot de Belijdenisschriften der Nederlandsche Hervormde Kerk.

Meer dan 300 jaren is de Heidelbergsche Catechismus een geliefd leerboek geweest in ons vaderland. Men kan zeggen, dat naast den Bijbel geen boek meer invloed heeft gehad op de geestelijke ontwikkeling onzer Gereformeerde natie. Ons volk gevoelde, dat het den hoofdinhoud der Christelijke waarheid kort en juist samenvat. Zoo werd men er aan gehecht, om het des namiddags te hooren bespreken. Om de oude, onveranderlijke waarheid was het te doen. Men begeerde binnen de oude palen te leven en te sterven. Men begeerde geen uitvindingen of bespiegelingen van menschen. Men vroeg in hoofdzaak niets anders dan

Sluiten