Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat is nu de Christelijke troost? Dat ik niet mijn, maar Jezus Christus' eigen ben.

Niet mijn! Want gescheiden te leven van God, op mij zeiven te staan, losgeschakeld te wezen uit het oorspronkelijk verband, is onze ellende. Wij zijn van God afgevallen en den duivel toegevallen. Wij meenden dat hij een vriend was, en hij is ons een vijand gebleven. Maar de keus is gedaan, de teerling is geworpen. Het goddelijk verband is gebroken, de menschheid is vervreemd, ieder valt zijn eigen heer.

Welke is nu de troost der Gemeente? Dat zij Jezus Christus eigen is. Hij heeft haar in Zijn bezit en onder Zijne heerschappij. Allen te zamen en ieder persoonlijk zijn zij veilig en geborgen. „Hetzij dat wij leven, hetzij dat wij sterven, wij zijn des Heer en. Want daartoe is Christus ook gestorven en opgestaan, en weder levend geworden, opdat Hij beide over dooden en levenden heerscheu zou."

Deze troost der Gemeente berust op drieërlei grond, buiten ons gelegen:

1. Die met Zijn dierbaar bloed voor al mijne zonden volkomen betaald heeft. Hij heeft den prijs gegeven, waardoor Hij zich haar verworven heelt. Zijn bloed was zóó dierbaar, d. i. Zijn leven was zóó kostbaar, dat Hij daardoor een volkomen offer bracht. Ef. 1:7: „Inwienwij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden." Door Zijn lijden heeft Hij aan Gods gerechtigheid voldaan. 1 Joh. 1:7: „Het bloed van Jezus Christus reinigt ons van alle zonde", n.1. van haar vloek.

2. En uit alle geweld des duivels verlost heeft, n.1. van de macht der zonde. Dit alles is eene openbaring van Gods eeuwig voornemen bij Zich zeiven. „Die het geweld des doods had, is de duivel", Hebr. 2 : 14. Christus bindt dien sterke en rooft zijne vaten. Hij heeft de gevangenis gevankelijk gevoerd.

3. En mij alzoo bewaart, dat zonder den wil mijns hemelschen Vaders, geen haar van mijn hoofd vallen kan, ja ook, dat mij alle ding tot mijne zaligheid dienen moet; waarom Hij mij ook door Zijnen Heiligen Geest van het

Sluiten