Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar heb ik dan wellicht misgetast met betrekking tot zijn ScHRiFT-beschouwing?

Laat ons ook dit punt van nabij bezien.

Tegenover zijne bewering, dat bij de beschouwing der Heilsfeiten het standpunt dat men in betrekking tot de Schriftcritiek inneemt, niet van principieele beduidenis is, hield ik het tegendeel staande. „De beschouwing der Heilsfeiten is niet allereerst een kwestie van wereldbeschouwing of historiebeschouwing, maar van Schriftbeschouwing. Is de Schrift het onfeilbare Woord Gods, dan moet ik haar ganschen inhoud geloovig aanvaarden, en kan er geen twijfel overblijven aan de waarheid der feiten, die zij ons verhaalt". (Referaat, blz. 10) Mij dunkt, dit is duidelijk.

Dat de Hartog over de feiten der Schrift spreekt op een wijze als boven is aangetoond, komt uit niets anders voort dan uit zijn loslaten van het gezag der H. Schrift, of, zoo ge wilt, uit zijn uitruilen van het gezag der H. Schrift voor het gezag der „eeuwige waarheid in de Schrift". Ik noemde hem daarom een subjectivist, want zelf maakt hij uit wat in de Schrift waarheid is, en wat niet, en dat met een beroep op de werking Gods in zijn hart. Ik wees er op, dat dit ethisch is en niet Gereformeerd, en tot een onbeteugelde heerschappij van het subjectivisme moet leiden.

Die beschuldiging van subjectivisme heeft hem verbitterd. Hij tracht haar op zijn aanklager terug te werpen en zegt:

„Beseft men het niet, dat Lindeboom en de zijnen voor ons de ongeloovigen, de subjectivisten zijn, degenen, die den eeuwig-blijvenden Raad des Heeren slechts kennen,

2

Sluiten