Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schenke een orgaan, om die schatten in ons te kunnen opnemen, een hand om te aanvaarden, een mond om te eten, een geloof dat Ja en Amen zegt op het goddelijk Woord.

Het is dan ook een groote misvatting, dat zij die de inspiratie en de goddelijkheid der H. Schrift handhaven, te kort zouden doen aan de noodzakelijkheid van de werking des H. Geestes in het hart.

Neen, met hand en tand houden wij vast aan de belijdenis van de onmisbaarheid van het getuigenis des H. Geestes, want dit alleen doet ons, in weerwil dat ons verstand en onze wil er tegen opkomen, de H. Schrift erkennen als het onteilbare Woord Gods, tot zaligheid

ons geschonken.

Wij maken echter van dit getuigenis des H. Geestes niet iets, wat het naar zijn aard niet zijn kan.

Dkt doet de Hartog.

Hij vereenzelvigt de inspiratie des H. Geestes en de illuminatie des H. Geestes. En dht maakt hem tot een subjectivist. Bij hem toch is het getuigenis des H. Geestes een rechtstreeksche „objectieve" heilsopenbaring in zijn eigen hart. Deze staat dan ook bij hem bovenaan. En in de Schrift vindt hij niet meer dan een getuigenis, een beschrijving van die „objectieve" openbaring, door hem rechtstreeks ontvangen, nl. in zooverre de Schrift met die „objectieve" openbaring overeenkomt.

Het is krachtens die innerlijke openbaring, dat de heilsfeiten, die naar de Schrift niet meer vaststaan, opnieuw worden „gefundeerd", d. i. gewaardeerd als slechts van betrekkelijke, ondergeschikte beteekenis, zoodat zij ook zouden kunnen worden gemist.

Op die manier wordt de ervaring van het getuigenis

Sluiten