Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

des H. Geestes gesteld tot grondslag en kenbron vari de geloofswaarheden en van de feiten der Schrift. En dat is in strijd met de H. Schrift, en met de Gereformeerde Belijdenis, waarop de Hartog zich telkens beroept, en die aldus spreekt: „Alle deze boeken alleen ontvangen wij voor heilig en canoniek, om ons geloof naar deselve te reguleeren, daarop te gronden en daarmede te bevestigen. En gelooven zonder eenige twijfeling al wat in dezelve begrepen is; en dat niet zoo zeer omdat ze de Kerk aanneemt en voor zoodanig houdt; maar inzonderheid, omdat ons de H. Geest getuigenis geeft in onze harten, dat ze van god zijn, dewijl ze ook het bewijs van dien bij zichzelven hebben; gemerkt de blinden zeiven tasten kunnen, dat de dingen, die daarin voorzegd zijn, geschieden". (Artikel V)

„Ons hart kan aan die feiten zeer zeker getuigenis geven en er de kracht van ervaren, maar als feiten staan zij voor ons bewustzijn alleen vast door het getuigenis der apostelen. Indien men, dit miskennende, de realiteit dezer feiten uit de Christelijke ervaring afleiden en opbouwen wil, doet men aan die ervaring geweld aan, maakt van haar, evenals de mystische philosophie dat deed met betrekking tot de intellectueele aanschouwing (contemplatie), een orgaan, dat vreemd is aan de menschelijke natuur en dus de Christenen tot een aparte klasse van menschen zou maken, ongeveer als de 7TV 6V (JLXT IJCOl bÜ de Gnostieken, de wedergeborenen bij de Anabaptisten, en de toegerusten met een donum superadditum bij de Roomschen".1)

Volgens de Gereformeerden is alleen de H. Schrift

*) Bavinck, a. w., blz. 570.

Sluiten