Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eliza heeft een zonnige jeugd gehad. Die jeugd heeft hij zelf beschreven '). Ziehier uit dat stuk eene halve bladzijde.

„Maar, komt aldus een en ander mij voor den geest, „dat plaats had rondom ons huis, natuurlijk voert de „Herinnering al spoedig mij dat huis weder in.

„En dan ontmoet ik daar weêr de vrouw, die er de „zon en de zegen van was, — mijne moeder.

„Mijne moeder! — Al vele jaren zijn over uw ge„sloten graf gegaan, en nog zooveel meer jaren zijn heen„ gevaren, sinds ik als kind uwe zorgen genoot, maar „—„eer ik u vergete!"— Neen, ik blijf u gedenken, met „onverflauwden dank en met onverzwakte liefde in ,,'t hart.

„Met eerbied denk ik aan u, — in den volsten zin 't „beeld eener „weduwe, die haar huis wèl regeert". Met „weemoed denk ik aan 't verdriet, dat gij gehad hebt, „en dat niet weinig geweest is. Met eene mengeling van „allerlei gewaarwordingen denk ik er aan, hoe ik aan

„uw zijde naar de kerk ging, 'k heb het kerkboekje

„nog, dat ik dan in de hand hield; — hoe ik door uwe „leiding vervuld werd van ingenomenheid met eene vroomheid, die weinig praat, maar veel doet, en geen betere „belijdenis van Christus kent, dan de navolging van „Christus; hoe ik uit uwe woorden en daden steeds de „les ontving: „Wijk nooit van 's Heeren weg en wantrouw „nooit Gods liefde!"— hoe ik in uwe nabijheid altijd de „koesterende uitstraling gevoelde van warme genegenheid „en teedere bezorgdheid; hoe ik bij u altijd troost en „heul vond bij mijn kinderlijke bezwaren en smarten;

1) „Beelden uit mijn jongenstijd", opgenomen in „Schotsche Ruiten", blz. 229.

Sluiten