Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r

eene belangrijke som gelds, die hij besteedde: de eerste maal voor de armen, de tweede maal voor de stichting van eene bewaarschool, de derde maal voor eene betimmering van het inwendige der Pieterskerk. Van dat laatste wordt in die kerk op een plaat melding gemaakt. Ook de zilveren doopbekkens, in de Pieterskerk en Hooglandsche kerk in gebruik, zijn geschenken van Laurillard aan die kerken gedaan, en door hem van de gemeente bij het bedanken voor een beroep naar elders ontvangen. Te Amsterdam heeft hij zes-en-veertig jaren gewoond, waarvan vier als emeritus. In dat tijdperk heeft hij den strijd aanschouwd: eerst tusschen modern en orthodox, toen tusschen orthodox en gereformeerd-orthodox; Van Gorkom en de beide Hugenholtzen de NederlandschHervormde Kerk zien verlaten; 1886, het jaar der doleantie, meegemaakt. En in dat tijdperk heeft hij honderden gesticht, onderwezen, geholpen, gered.

Bij zijne ambtgenooten, geen uitgezonderd, stond Laurillard in hoog aanzien. Tien jaren lang, van 1894 tot 1904, was hij voorzitter van het classicaal bestuur. Des Maandags ten een ure vergadert in een der zalen van de Nieuwe Kerk het Ministerie van predikanten. Ontbrak Laurillard, het werd door iedereen opgemerkt en gevoeld. Was hij aanwezig, men drong zich om hem heen. Was er iets van hem in het licht verschenen, men trachtte hem te bewegen het voor te dragen. Hij was aller vriend en allen zagen tegen hem op. Aan zijn graf hebben deze rechtzinnigen over dezen vrijzinnige rouw bedreven als over een broeder. En op zeldzame wijze is zijn loopbaan als predikant bekroond: op zijn een-enzeventigste jaar is hij door Koningin Wilhelmina uitgenoodigd, en na die eerste maal herhaaldelijk weder, den dienst te leiden in de hofkapel op het Loo. Hoe grooten

Sluiten