Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steeds heeft hij van den kansel gehouden wat niet des kansels is. Te fijn aangelegd om niet te weten, dat in elk dogma een lied sluimert, dat het dogma niet anders is dan gekristalliseerde gemoedservaring, heeft hij nooit met ruwe hand aangeraakt wat eerbiedwaardig is door ouderdom en door de denkkracht, oorspronkelijk eraan ten koste gelegd; te menschkundig om niet in te zien, dat de godsdienst, wordt hij louter zaak van het hoofd, ontaardt in fanatisme en verschroeit in plaats van te verwarmen, heeft Laurillard gelijk van politiek zoo ook van dogmatisch getwist zijn kansel vrij gehouden. Vermeden heeft Laurillard op den kansel: alleen te spreken van de deugd. Hij was te veel wijsgeer om niet te weten, dat de scheiding van godsdienst en deugd moet uitloopen op daling van de deugd en versteening van de religie. Eenzijdig moraal-prediker is Laurillard nooit geweest. Vermeden eindelijk heeft hij op den kansel te spreken over zichzelf. Kon het soms niet anders, bij de viering van een vijf-en-twintig-, een veertig-, een vijftigjarig optreden, het was om zoo spoedig mogelijk te komen tot een Soli Deo Gloria.

Het positieve in Laurillard's prediking bestond vooreerst in zijn kennis van den Bijbel. Voortdurend heeft hij zijn geest met het leeuwenmerg gevoed van Oud- en Nieuw-Testament. Niet enkel zijn gelukkigen aanleg, ook zijn voortdurenden omgang met de Schrift dankte hij die gelijkmatigheid, dien ernst, die kennis van het menschelijk hart, waarmede hij op den kansel zijn wonderen verrichtte. En nooit vergreep hij zich aan den text. Het bijbelwoord, naar aanleiding waarvan hij sprak, was nooit een vlag, die de lading te dekken had. En in de keuze van dien text was hij dikwijls oorspronkelijk. Zoo koos hij eens voor eene preek op 5 December Ester IX, 22.

Sluiten