Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Leidsch gymnasium gelijk uit de aanbieding van het profes?oraat, en de gissing ligt voor de hand, dat hij on die aanbieding én die benoeming te danken heeft gehad aan den Leidschen Hoogleeraar in het Oostersch, Professor Juynboll, met wien hij als student wekelijks een avond den Koran las. In de voorrede zijner dissertatie spreekt hij Juynboll dan ook met bijzondere warmte toe, en laat hij doorschemeren, dat hij wel van de academie afscheid neemt, maar niet van het Oostersch >). Dat hij bij de deskundigen als goed Hebraïcus bekend stond, blijkt verder uit het feit, dat hij in 1855 behoorde tot de twaalf mannen 2), door eene commissie uit de Synode gekozen om mede te werken aan eene nieuwe overzetting van het Oude Testament. Aan Laurillard was de bewerking van het boek Jona opgedragen. Hij is een der weinigen geweest, die de ontvangen taak volbrachten. In Maart 1864 moest de zaak door gebrek aan medewerking worden opgegeven.

Intusschen - Laurillard heeft boven een zuiver wetenschappelijke loopbaan het predikambt begeerd: niet de school is hij ingetreden maar het leven.

1) P. IX. Et Te Sileutio praeterire religie mihi est, Clarissime Juynboll quem per qumque fere, quos hac ia Academia degi au „os prae ceptorem, quin et.am amicum me habuisse, summopere gludeo Literarum Orjentalium, m quibus habitas, yehementi amore me imbuisti meque ad eas cognoscendas egregie adiuvisti. Quamquam TheoS

Meien?? amea' "'-?21111 iQStituti0nem semper recorder, uberrimi effieient fructus, quos mde percepi et postea percepturus sum. Nee meo

quarürquae in me contuiisti' beDefici°rum—-

2) Die twaalf heeren waren, behalve Laurillard: Dr. ï. R00rda

&\a iV?&U*7?&f, YZ

Dr. S. Hoekstra Uzu, J. Van Leeuwen en P. Muller. _ Wij danken Dyserinck n ^ We'Willende ~ ^s

Sluiten