Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hooren spreken en reciteeren, zonder een letter vóór zich, zijn auditorium ontroerend beurtelings en vermakend, het boeiend van het eerste tot het laatste woord. Na de voordrachten bleven de bestuursleden met hunne dames met den spreker nog eenigen tijd samen. Klokke twaalf ging men naar huis. Het waren gezellige avonden. En altijd was van die avonden, of hij de spreker van den avond was of niet, de president Laurillard het middelpunt.

Een tijd wordt gekend aan wat zijn bijval wegdroeg. Tot kenschetsing van het derde kwartaal der 19de eeuw schrijven wij daarom hier de titels af van eenige door Laurillard gehouden voordrachten, en wel van de twintig, door hem in 1880 uitgegeven in den bundel: „Vlechtwerk uit verscheiden kleuren". Hier zijn ze: I. Een bezoek in het museum Wiertz; II. Het Rijm; III. Het Slapen; IV. De Hofnarren; V. De Spin; VI. Brieven; VII. Persoonsnamen; VIII. Droomen; IX. Klokken; X. De Zwaan; XI. Bij mijn Boekenkast; XII. Woorden, afkomstig van verouderde zaken; XIII. Kleuren; XIV. Zout; XV. De Muzieknoten; XVI. Diernamen, toegepast op menschen; XVII. De Schoen; XVIII. Spotnamen; XIX. De Hoed; XX. Het Lachen.

En als voorbeeld van de wijze, waarop Laurillard zijn stof bewerkte, strekke het schema van de voordracht over „De Schoen", welk schema met meer of minder wijziging in elke zijner voordrachten te herkennen is.

I. Hoe de spreker aan zijn onderwerp kwam. („Ik keek mijn raam uit en zag op de straat een ouden schoen liggen".)

II. De fabricatie. (De weide, de looierij, de fabriek, het magazijn.)

III. De historie. (De voortijd met bloote voeten. — De zolen der Oosterlingen. - De Grieken. - De Ro-

Sluiten