Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12. Verweet Jozef hun niet hunne misdaad?

Neen; hij vergaf alles en zeide: „Gij hebt het wel ten kwade gedacht, maar God heeft ten goede gedacht."

TWAALFDE LES.—

HOZES.

1. Zag Jozef zijn vader nog weer ?

Ja; Jakob kwam met al de zijnen in Egypte wonen.

2. Hoe ging het den Israëlieten na Jozefs dood? Zij moesten voor de Egyptenaars hard werken.

3. Deden de Egyptenaren hun nog meer kwaad? Ja; zij moesten zelfs hun zoontjes verdrinken.

4. Bleef er niet één in 't leven?

Ja; Mozes, een zoontje van Amram Jochebeth.

5. Wat deed zijne moeder, om hem te behouden ? Zij zette hem in een kistje, in de biezen van den Nijl.

6. Hoe Icwam hij toen uit het water!'

's Konings dochter liet hem er uithalen en opvoeden.

7. Bleef Mozes aan 's Konings hof ?

Neen; hij doodde een Egyptenaar en moest vluchten.

8. Kwam Mozes nooit weer in Egypte?

Na 40 jaren zond God hem tot verlossing zijns volks.

9. Op welke wijze geschiedde deze verlossing ? God bracht over Egypte tien zware plagen.

10. Wat geschiedde bij de laatste plaag?

God stelde het Paaschfeest in en Israël trok uit Egypte naar Kanaan.

DERTIENDE LES.-'

UITTOCHT UIT EGYPTE, OMTEENT HET JAAE 2500.

1. Langs wélhen weg trokken de Israëlieten uit!' God leidde hen op den weg naar de Roode Zee.

2. Hoe zijn zij over de zee gekomen ?

God kliefde de zee, en zij gingen er door.

Sluiten