Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Wie der koningen Israëls was nog goddëloozer ? Achab, die Baal diende en de profeten vervolgde.

4. Wie ivas hiervan de middellijke oorsaak?

Zijne heidensche vrouw Izébel.

5. Wat liet Achab deze goddeloose vrouw toe? Den vromen Naboth te dooden om zijn wijnberg.

6. Zijn deze goddelooze menschen ook gestraft!'

Ja, de honden hebben Achabs bloed gelekt en Izébel verscheurd.

7. Is er wel één vrome koning over Israël geweest ? Neen; Zij waren allen schuldig aan den kalverdienst.

8. Hoe is het met het rijlc lsraéls afgeloopen ?

Het is verwoest door Salmanezer, koning van Assyrië.

9. tVaar liet die koning de Israëlieten ?

Hij voerde ze weg uit Kanaan, en zette een vreemd volk in hunne plaats.

10. Roe is dit vreemde volk daarna genoemd? Samaritanen, die God en de afgoden te gelijk wilden

dienen.

EEN-EN-TWINTIGSTE LES.

HET KIJK VAN JUDA.

1. Roe is het met het rijk van Juda gegaan?

Het ging Juda beter van wege den waren godsdienst.

2. Roe werd de ware godsdienst in Juda bevorderd? Door vrome koningen, als Aza, Josafat, Hiskia en Josia.

3. Wat deden die vrome koningen ?

Zij herstelden allen den vervallen godsdienst.

4. W er den zij ook van den Reere gezegend ?

Ja; menigmaal hielp de Heere hen tegen de vijanden.

5. Had er onder Hiskia niet iets bijzonders plaats ? Ja; een Engel sloeg in één nacht 185.000 Assyrieërs.

6. Hoe heeft de Reere Hiskia's gebed verhoord?

De Heere verlengde zijn leven met vijftien jaren, toen hij doodkrank was.

Sluiten