Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6. Sprak de Heere Jesus ook vreeselijke weeën uit? O ja; en wel over de hoogmoedigen en geveinsden.

7. Wie noemde Jezus de grootste zondaars?

Die van Jezus hoorden en niet in hem geloofden.

8. Wat kondigde hij zulke menschen aan!'

Die van Sodom zal het verdragelijker zijn dan u!

9. Wat zullen de ongeloovigen ten jong sten dage hoor enƒ „Gaat weg van mg, gij vervloekten, in 't eeuwige vuur."

10. Geeft Jezus ook dan nog hoop op genade?

Neen; „hun worm zal niet sterven, en 't vuur niet

uitgebluscht worden."

DRIE-EN-DERTIGSTE LES.

GELIJKENISSEN EN WONDEREN VAN JEZUS.

1. Roe maakte de Heere Jezus de waarheid duidelijk? Door veel te spreken in gelijkenissen

2. Kent gij eenige gelijkenissen?

Yan den zaaier, den verloren zoon en de schoone paarl.

3. Noem nog eens een paar gelijkenissen t

Yan den Earizeër en den Tollenaar; den rijken man en den armen Lazarus.

4. Wat leert Jezus met de gelijkenis van den rijken man ? Hoe ongelukkig de goddelooze is, al is hij nog zoo rijk.

5. En wat met die van den armen Lazarus?

Hoe gelukkig de godvreezende is, al is hij nog zoo arm.

6. Hoe heeft Jezus zijne Godheid geopenbaard?

Door een volmaakt heilig leven en vele wonderen.

7. Welke wonderen heeft Jesus gedaan ?

Hij genas vele zieken door een enkel machtwoord.

8. Welke zieken genas Hij ?

Yelen, die lam, blind, stom, doof en melaatsch waren.

9. Deed de Heere Jezus nog meer wonderen?

Hij voedde duizenden met weinig spijs, en wandelde op de zee.

Sluiten