Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

strijders zoude in het harnas gejaagd zijn. Maar nu scheen niemand eenig gevaar te duchten. Was zulks <>en gevolg van algemeene verdraagzaamheid ? Neen ! want het bijzonder gevoelen van bruining omtrent de leer der verzoening daargelaten, regenbogen had in zijne „Verstrooide Gedachten", schoon vragenderwijze , echter duidelijk genoeg aan den dag »elegd, dat hij in niet ééne, maar in vele gewichtige hoofdwaarheden van de leer der hervormdo Kerk gansch anders dacht, dan hare openlijk erkende geloofsbelijdenis medebracht, en op zijn best te dezen opzichte een godgeleerde twijfelaar was. Naderhand , in het jaar 180*, heeft hij zijne gevoelens over de leer der verzoening verklaard op zulk eene wijze, dat de hei vormden, die de belijdenis hunner Kerk met overtuiging als schriftmatig beschouwden . hem zeker niet konden bijvallen, in zijn geschrift, dat den titel had van „Over de zonde en de verlos, sing van dezelve door jezi'b christus , enz. door een oldouderling der Hervormde Kerk Maar niemand gordde zich toen aan om 's mans gevoelens te wederleggen. Waarvan was dan toch de algemeene stilte, gedurende het verschil, en na de uitgave van het laatst gemelde werk, een gevolg .

Van wat anders dan van gebrek aan opgewektheid. De geest was te zeer neêrgedrukt door eene telkens zich verlevendigende herinnering aan al de staatsschokken, die het vaderland binnen een eng tijdsbestek

had moeten verduren."

Over keqenbogen's „Christelijke godgeleerdheid

naar de behoeften van dezen tijd" brengt ïPey ook een afkeurend oordeel uit. Wij lezen in het IYde deel

Sluiten