Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blz. 555 en vlgde van zijne „Geschiedenis van de Hervormde Christelijke Kerk in Nederland: „In he jaar 1811 gaf de hoogleeraar j. h. regexbogen een werk uit, dat den titel droeg van Christelijke godgeleerdheid naar de behoeften van dezen tijd. Men Z8g in hetzelve niet weinige rechtstreeksche of zijdelingsche aanvallen op de leer der verdorvenheid, der verzoening met God, der godheid van christus enz., zooals die in de hervormde Kerk aangenomen en beleden werd. Werkelijk week hij daarvan af, hetwelk hij ook nergens bewimpelde, maar openhartig verklaarde. Het geschrift was vervaardigd minder voor geletterden, dan voor ongeletterden, inzonderheid uit de hoogere en beschaafde standen.. Dan denzulken gaf het of te veel, of te weinig; sommigen te veel, omdat zij wol onkundig hadden mogen blijven van deze en gene, tot de hoofdzaak niets afdoende verschillen; anderen te weinig, dewijl zij hier, gelijk in 's mans vorige geschriften , reeds vermeld , wel vrij wat afgebroken, maar eigenlijk niets vonden opgebouwd, niets althans , dat op steviger gronden rustte, waardoor zij dus meer in verwarring gebracht werden. Voor geletterden was wijders hot geschrift van geen het minste belang; al de aanmerkingen , over de behandelde punten, er in voorkomende, waren hun van elders , inzonderheid uit vele duitsche neologische schriften bek< nd Voordeel of nut kon er derhalve door dit geschrift niet wel bivorderd worden ; maar voor nadeel mocht men vreezen. Aanleiding gaf hetzelve tot ergernis bij niet weinigen. Ook waren er hervormde Kerkdijken , die in hunne vergaderingen de stem tegen den inhoud van des hoogleeraars geschrift luide deeden hooren.'' Na het

Sluiten