Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klassen der maatschappij, van de hoogste tot de laagste, vertegenwoordigd zijn onder hen.

En geen wonder. Mogen ook nog vele menschen, ook vele geleerden, in den waan verkeeren, dat zij te doen hebben met een geheel van illusiën, hallucinatiën enz. en denken, dat de feiten, waarop de Spiritualisten en Spiritisten hunne overtuiging bouwen, bij beter onderzoek zouden blijken geen feiten te zijn, of althans feiten, die anders verklaard kunnen worden, de overtuigden laten hen in dien waan, wetende, dat zij een gevolg is van onkunde of van onvoldoende kennis; en in de zekerheid, dat de waarheid zegevieren zal, en de werkelijkheid zich zelf aan de menschen opdringt, of zij het willen of niet, kunnen zij kalm den tijd afwachten, die eens zeker komen zal, dat men niet meer spreken zal van Spiritualisten en Spiritisten als van een bijzonder soort menschen, maar de kennis der spiritische realiteit eenvoudig algemeen zijn zal.

Het is inderdaad onbegrijpelijk en bedroevend, dat over dit verschijnsel nog zulke onjuiste, dwaze meeningen bestaan; en het is zeker wel voornamelijk ten gevolge daarvan, dat zoovelen de zaak minachtend den rug toekeeren, en dat menig Spiritualist zijn overtuiging uitsprekende daardoor miskenning, veroordeeling, ja benadeeling en terugzetting ondervindt. Als zelfs Dr. van Nes in zijn boek over „de nieuwe mystiek" het Spiritualisme voorstelt als een tak van de Theosofie — terwijl nota bene, de Theosofie is voortgekomen, uit de kringen der oudere Spiritualisten, — en ook na mijn critiek hierop in mijn tijdschrift „Geest en Leven" J) het niet noodig gevonden heeft in den tweeden druk van zijn boek dit te verbeteren, is het waarlijk geen wonder, dat nog zoo velen, die in kennis bij dezen geleerde verre ten achter staan, over deze zaak eene geheel verkeerde voorstelling hebben.

') Zie „Geest en Leven, 2de jaargang bladz. 244 en 245.

Sluiten