Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Liebe, Du" J). Zijne Broeders stonden in deze kwestie gedeeltelijk ook zoo, of en wel meerendeels volgden ze de Luthersche beschouwing, met bewering, dat het hier geheimen betreft, die ons verborgen zijn. Bij deze ergernis voor de Gereformeerden kwam nog, dat de Broeders geene bepaalde belijdenis bezaten. Men beriep zich op de oude Broederkerk, zonder evenwel hare belijdenis van 1535 of die van 1575 aan te halen. Ook op de Augsb. confessie deed men geen beroep, die toch door zrnzendorf en de gemeente te Herrnhut in 1735—1737 erkend was. Fr. v. watteville, die aan 't hoofd der gemeente te Heerendijk stond, beriep zich op den Bijbel en de 12 Artikelen des Geloofs. Zoo werd dan op aandringen der tegenstanders in 1738 door den kerkeraad te Amsterdam een „herderlijke en vaderlijke brief" uitgegeven, waarin voor de Herrnhutters als voor eene godonteerende secte werd gewaarschuwd, die noch gereformeerd, noch luthersch, noch Moravisch was. Zij waren Mystici. Te vergeefs protesteerden enkele kerkeraadsleden, o. a. de bovenvermelde predikanten de Bruijn en schiphout en zelfs de president van den kerkeraad, plantinus. De eerstgenoemde eischte èf intrekking van den herderlijken brief óf het mededrukken van zijn protest. Aan dit laatste werd voldaan. De magistraat van Amsterdam liet zelfs den herderlijken brief eerst confiskeeren, maar trok dit besluit weer in met protest tegen de intolerante en onwettige wijze van handelen. De uitwerking van den brief was voor de Broeders zeer schadelijk. Vooral hun zendingswerk werd daardoor in de Hollandsche kolonies zwaar benadeeld. Te vergeefs trachtten de tegenstanders ook de burgerlijke autoriteiten tot maatregelen van geweld tegen de Broeders over te halen. Deze echter handhaafden stipt de vrijheid van godsdienst in Neder-

]) Deze verzen zie bij Knapp, Geistliche Gedichte des Grafen v. Zinzendorf, pag. 110, ze ontbreken in No. 276 v. h. gezangboek der Broedergemeente.

Sluiten