Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

herdacht wordt. De tegenwoordige opvatting is, dat de gemeente daardoor het gevaar van een pauselijk hoofd ontweek en zich iets toeeigende, wat de Bijbel van Christus als het hoofd der gemeente zegt, en hetgeen ieder kerkgenootschap evenzeer toestaat. We mogen en moeten nu misschien zoo zeggen, 't Schijnt ons echter niet historisch juist te zijn. Wel werd het reeds spoedig beschouwd als een „Speciaal-bond des Heeren met zijn arm Broederkerkje;" maar zlnzendorf en zijne medewerkers stelden toen nog de Gemeente tegenover de Kerken. Deze beschouwden ze geenszins als Babel, maar als van God geordend en gezegend. Binnen de Kerken echter wilden ze, onderling verbonden en eenig de Gemeente stellen, wier hoofd en „Aeltester" Christus is. Zoo vertrok ZlNZENDORF dadelijk daarna naar Noord-Amerika met de leuze „we willen daar gemeenten stichten echter niet Moravische, maar gemeenten des Lams". De idee was zeker grootsch en wij zeggen, ook bijbelsch, zie het woord van Luther pag. n. Maar toch was het proces van aaneensluiting zijner gemeente tot een zelfstandig kerkje reeds in 't werk en niet meer tegen te houden. Toen ZlNZENDORF in 1743 uit Amerika terugkeerde, vond hij tot zijn ergernis hoe intusschen de leiders der zaak in Herrnhut van Frederik II van Pruissen een Generale Concessie verkregen hadden, waarin den Broeders volkomen kerkelijke vrijheid en zelfstandigheid werd toegestaan. Hetzelfde was in 't gebied van den Graaf VAN ISENBURG gebeurd, waar de gemeente Herrnhaag hetzelfde recht verkregen had. ZlNZENDORF trachtte te vergeefs het gebeurde weer ongedaan te maken, en de nieuwe gemeenten in Silezië onder het Consistorie der Luthersche kerk aldaar te plaatsen. We zien, hoe het streven naar zijn ideaal: gemeenten in de groote kerken, deze en de gemeenten concentrische kringen vormend, tegengewerkt wordt door de omstandigheden en den vooral van den Moravischen kern uitgaanden drang naar herstelling van

Sluiten