Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Later, toen ook de staatsscholen een hooge vlucht namen, werd door de wetgeving aan de scholen der Broedergemeente veel van hare vrijheid genomen. Met ijver en volharding heeft men in Duitschland het doel nagestreefd en bereikt aan de eischen van Regeering en tijd te voldoen en toch het karakteristieke der Herrnhuttersche opvoeding er bij te bewaren. De Broedergemeente in Duitschland heeft een eigen kweekschool voor onderwijzers te Niesky in Silezië en een voor onderwijzeressen te Gnadau bij Maagdenburg; maar ook hare jonge theologen zijn korter of langer aan hare instituten, die aan de kerk en niet aan de afzonderlijke gemeente toebehooren, werkzaam. Uit hen worden ook doorgaans de directeuren der kostscholen door het Hoofdbestuur gekozen.

Van begin af der constitueering der Broedergemeente na Zinzendorf's dood was het hoofdbestuur, de „Unitats-Aeltesten Conferenz", in Duitschland gevestigd. Slechts van 1766—'69 ook eens te Zeist. De Engelsche en Amerikaansche gemeenten werden daardoor eenigszins op den achtergrond gedrongen, en waren op de synoden eerst slechts door enkele, van lieverlede door meer afgevaardigden vertegenwoordigd. Dat wilden ze niet langer, waar ze vooral in Amerika zich vrijer hadden ontwikkeld. Er dreigde scheuring. Toen werden op de Synode van 1857 aan beiden, Amerikanen en Engelschen, eigen provinciale Synoden en een eigen door hen gekozen „Provincial-AeltestenConferenz'' toegestaan. De „Unitats-Aeltesten-Conferenz" bleef als hoogste instantie, die om de 10 jaren eene „General-Synode" beroept, om het door alle provinciën gedreven Zendingswerk, leervragen enz. te behandelen. Ook de Duitsche provincie kreeg nu eigen provinciale Synoden. Maar waar nu de door Engelschen en Amerikanen medegekozen U. A. C. tevens de P. A. C. voor de Duitsche provincie — waarbij ook Zeist en Haarlem behooren — was, gaf ook dit reden tot verwikkelingen

Sluiten