Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of meent, dat zijne verwachtingen van den Heere ijdel zijn? — die worde goedsmoeds, ziende, hoe de Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij stamelen: „Abba, Vader!'' tot onderwijzing en tot vertroosting in onzen tekst getuigt:

1) van de tegenwoordige heerlijkheid der Gemeente in en met Christus;

2) van de daarop volgende heerlijkheid dezer Gemeente bij Christus. (Wie in den vreemde is, hoort gaarne iets van het vaderland.)

1.

„Des Konings dochter is geheel verheerlijkt inwendig". — Dit getuigt de Geest, en hiermede troost God Zijn dierbaar Zion, en dit woord wordt een steeds kostelijker kleinood, hoe meer men het beschouwt. — Wanneer maar eerst kruis, angst, nood, vervolging en allerlei tegenspoeden, — sekten, samenrottingen en ketterijen over ons komen, over ons, die gelooven, — wanneer de macht der zonde in of over ons toeneemt, en de oude Adam steeds krachtiger zich weet op te werken, terwijl hij reeds lang gedood scheen, — wanneer wij geacht worden als slachtschapen, wanneer alles ons aanfluit, wanneer onze naburen en bekenden ons schuwen, of onze vrienden ons aan ons lot overlaten, — wanneer wij van angst en vrees niet meer weten, waar wij heen moeten, — wanneer wij aller afschrapsel zijn geworden en in onze eigen oogen een voorwerp van afschuw en walging worden .... zooals het de Kerk en iedere geloovige ziel in het bijzonder nu en dan ondervindt, — dan strekt het ons recht tot troost, dat wij eenen Koning toebehooren; — en hoe meer ons nu al het ander, geld, goed en eer ontvalt, des te heerlijker betoont H ij Zich aan ons. Eenen Koning behooren wij toe! — gij kent Hem toch, den Man, Die bloed zweette in Gethémané, den „Ecce homo" {zie, de mensch], Dien de gansche Heiden- en Jodenwereld uitwierp in Gabbatha, Die op Golgotha van God werd verlaten, — Die Zichzelven ontledigde en de gestaltenis van een dienstknecht aannam. — Deze is de

Sluiten