Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Koning Zijner Gemeente! — en wie Hem liefheeft in Zijne kruisgestalte, die prijst Hem ook in Zijne heerlijkheid. — Wanneer wij roepen: „wees ons genadig, o God, en ontferm U onzer!" dan geeft Hij ons de vreugde Zijns heils, en leidt ons in Zijne liefde in; en het hart zingt Hem een loflied, wanneer van Zijne lippen deze woorden vloeien: „Wees getroost, Mijn zoon; grijp moed, Mijne dochter, uwe zonden zijn u vergeven!" — Wanneer Hij ons de genade geeft, met Hem te lijden, dan toont Hij ons, waar vader, moeder, vrouw, kind, of wat ook, ons verlaat, dat Hij de Schoonste is onder de menschenkinderen. Wanneer de wereld ons uitwerpt, dan drukt Hij ons aan Zijne borst, en opent ons Zijn hart, wanneer alle andere harten voor ons gesloten zijn. — Dan, als wij roepen: „in ons is geene kracht, doch onze oogen zien op U!" — dan toont Hij ons, dat Hij Zich kloekelijk weet te gedragen en de tirannen plaagt om onzentwil, dat Hij de machtigen der aarde bindt en de volkeren nederwerpt door Zijne pijlen. En roepen wij: „hoe lange, Heere, hoe lange zult Gij ons bloed niet wreken aan degenen, die op aarde zijn, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden?" — dan toont Hij ons, én dat Hij reeds lang onze zaak, die Hij tot de Zijne heeft gemaakt, op Zich heeft genomen, én dat Hij weldra zal komen, om ook den laatsten tegenstand te verbreken. Wankelt en bezwijkt alles om ons heen, heeft het den schijn, dat het met ons en de Kerk welhaast zal gedaan zijn, dan toont Hij ons, dat Zijn troon onwankelbaar staat, en openbaart ons de alles overwinnende heerschappij Zijner Kerkregeering; dat Hij het van den Vader ontvangen heeft, en dat I'ij des Geestes genoeg heeft, om ons zóó overvloedig Ie schenken, dat wij getuigen Zijner waarheid blijven, er moge daartegen razen, wat kan en er den moed toe heeft. — Zoo werkte de Geest der blijdschap in het hart van den predikant Junius, toen deze te Antwerpen — bij het licht van den brandstapel en het gezicht van het schavot, waarop een getrouw getuige gemarteld werd, — met dezen Koning de Sulamith troostte. — Zoodanig is Zions Koning,

Sluiten