Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11.

LEERREDE

OVER

PSALM 65 : 5.*

Wat is bij het begin of bij den vooruitgang op den weg des heils noodzakelijker, dan de kennis der grootte onzer zonde en ellende en onzer algeheele onbekwaamheid om onszelven op eenigerlei wijze tot de gemeenschap met God te brengen, van Wien wij allen geheel en volkomen afhankelijk zijn! Wat is voorts nuttiger en meer troostrijk, dan juist deze kennis en belijdenis, dewijl ons deze tot eene blijdschap en gelukzaligheid voert, waartegen wij, wanneer wij haar deelachtig zijn geworden, eene wereld van koninkrijken niet zouden willen ruilen. Deze kennis bewaart ons voor zelfbedrog, want wij kunnen ons over de genade Gods en de verlossing, welke in Christus Jesus is, niet verheugen, tenzij dat wij

^ *) Deze leerrede werd gehouden te Elberfeld in de Gereformeerde Kerk in het jaar 1833, en zag het licht aldaar (Büschler'sche Verlagsbuchhandlung) in Juli 1834 als „uitgegeven door een vriend" ; eene nieuwe nitgave verscheen 1850 (R. L. Friderichs) met de preek over Bom. 7 : 14 onder den titel „Zwei Gastpredigten"; straks in 1855 (Verlag der Niederl. reform. Gemeine) verschenen de drie eerste preeken tesamen in 3e en 4e uitgave. (Drei Gastpredigten.) De Vertaling van Albrecht werd gedrukt en verkrijgbaar gesteld 1835 bij J. Ruysendaal te Amsterdam.

Sluiten