Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

menigvuldige boosheden tellen, wie de diepte van zijn eigen verderf peilen en de arglistigheid van zijn eigen boos hart doorgronden!? Genoeg, de afschuwelijkste booswicht, die ooit terechtgesteld werd, was niet slechter, dan wij allen van nature zijn. In één woord, wij liggen in het booze en zijn zonder God in de wereld. Begeerlijkheid der oogen, begeerlijkheid des vleesches en grootschheid des levens en vervloekte eigenliefde zijn de drijfveeren van al onze handelingen.

Intusschen verre boven ons op den Troon Zijner heiligheid zit God, zit Hij, Die Zich openbaart, zooals Hij is, heilig en rechtvaardig, barmhartig en genadig, — en Die Zich ontfermt, over wien Hij wil. Hij geeft den zondaar eenen strijd te strijden tegen deze of gene zonde, welker strafwaardigheid hij voor God niet erkende, of voor welke hij tot dusverre bewaard werd. Het geweten wordt wakker geschud, — de zondaar slaapt vaster in; eene zekere onrust overvalt hem, — de zondaar zinkt dieper; hij begint iets onbekends te vermoeden, — de begeerte bindt hem. Nu komt de Wet en zegt: „gij zult niet begeeren", en zie, de zonde neemt oorzaak aan het gebod en wekt in den zondaar allerlei begeerte. De begeerlijkheid der oogen, de begeerlijkheid des vleesches, de grootschheid des levens, — de slaaf der zonde volgt ze eenmaal, andermaal, ten derden maal; — eindelijk, daar slaat het uur!— „gij zijt een kind des doods! gij zijt verloren! gij zijt vervloekt!" schreeuwen wet en duivel hem in het oor. Dat moge de arme mer^ch eens van zich afzetten en het nogmaals beproeven in de zonde en in de wereld, hij heeft geene rust meer, waar hij ook is; hij trachte dat eens weg te drinken, weg te spelen, weg te zingen, — het komt terug, het laat hem in het geheel geene rust. Daartoe zijn wijn, noch kaarten, noch romans, noch danszalen, noch snarenspel machtig genoeg. Goede voornemens baten hier ook niet; de ijverigste pogingen om vroom en heilig te leven en zichzelven te bekeeren, gelukken evenmin. Hij zoekt iets, doch kan het niet vinden. Hij moet iets hebben, om de leegte in zijn hart aan te vullen; hij weet echter niet, van waar het te nemen.

Sluiten