Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overwint, Ik zal hem maken tot eenen pilaar in den tempel Mijns Gods, en hij zal niet meer daaruit gaan"; en wederom: „Gij wordt in de kracht Gods bewaard tot de zaligheid".

Op dezen weg komt de geloovige tot de blijmoedige belijdenis: „Welgelukzalig is hij, dien Gij verkiest, en doet naderen, dat hij wone in Uwe voorhoven!" en hoe meer hij in de diepte zijner ellende inziet, des te wondervoller komt hem Gods eeuwige verkiezing der genade voor. Hoe meer hij leerde bidden: „wees mij genadig, o God! en ontferm U mijner, delg mijne overtreding uit, naar de grootheid Uwer barmhartigheden, tegen U, U alleen heb ik gezondigd, en gedaan, dat kwaad is in Uwe oogen," — des te meer doet de Heere hem tot Zich naderen, opdat de berouwhebbende zondaar zijn gansche hart voor Hem uitstorte en Hem al zijne zonden belijde; en des te meer blijmoedigheid geeft de Heere hem ook, om toe te treden tot den genadetroon, opdat hij barmhartigheid ontvange en genade vinde. — O, in diepen eerbied en vol aanbidding beschouwt de geloovige de eeuwige liefde des Vaders, waardoor Hij hem vóór de grondlegging der wereld tot prijs Zijner barmhartigheid en tot verheerlijking Zijns Naams heeft uitverkoren, hem aan Zijnen Zoon heeft gegeven, en Zijnen Zoon aan hem tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en verlossing. Kostelijk zijn hem de gedachten Gods, wanneer hij door het geloof inziet, hoe de Vader hem in Zijnen Zoon geheel volmaakt, rechtvaardig en heilig verklaart, — hoe Hij dezen Zijnen Geliefde overgaf tot den vervloekten dood des kruises, opdat hij in Hem voor eeuwig het leven zou hebben. Met verbazing ziet hij, dat God getrouw blijft, in weerwil van alle ontrouw der Zijnen. — Ach, wat heeft hij in zichzelven, hoe lang hij ook op den weg des heils geweest is, wat anders dan millioenen van zonden; welk eenen afschuw en afkeer moet hij hebben van zichzelven, hoe meer hij zichzelven beschouwt. Ja, het is Gods eeuwige liefde, ware het anders, dan ware het mij reeds lang gegaan als Sodom en Gomorra; —dat belijdt hij en roept blijmoedig uit: „Welgelukzalig is hij, dien Gij

Sluiten