Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verkiest!" — Het is hem te wonderlijk, dat God zulk een monster van zonden, zulk een weefsel en samenknooping van ongerechtigheid nog tot Zich doet naderen, en hem eenen geopenden genadetroon laat zien. Hij kan het niet begrijpen, hoe God zulk eenen ongehoorzame en afvallige, als hij is, nog eiken dag opnieuw Zijne bemoedigende heilstem laat hooren:„Mij hebt gij vermoeid, Ik, Ik delg uwe zonden uit om Mijns Naams wil." Het is hem te hoog en voor zijn verstand onbegrijpelijk, dat God zulk eenen afvallige en wederspannige, die zoo dikwijls tegen licht en plicht zondigt, nog bij Zich laat wonen, hem uitverkiest uit de wereld, hem dagelijks met barmhartigheid en nieuwe trouw tot Zich trekt, opdat hij wone in Zijne voorhoven, opdat hij blijve bij Zijn huis, in Zijne genade, Zijne liefde, Zijne barmhartigheid; — dat Hij hem dagelijks doet zien het licht van den kandelaar Zijns Geestes en den disch Zijns Woords, op welke het ware hemelsche Brood Christus — de hongerige ziel verzadigt; — dat Hij hem het brandofferaltaar toont en den barmhartigen en medelijdenden Hoogepriester van Zijn eeuwig genadeverbond, Die een offer voor de zonde heeft geofferd, dat eeuwig geldt, — Die Zichzelven voor Zijn volk heeft geofferd, en met deze ééne offerande in eeuwigheid heeft volmaakt degenen, die geheiligd zijn, — en is een Bedienaar van de heilige goederen en den waarachtigen tabernakel, welken God opgericht heeft en geen mensch. — Met Zijne barmhartigheid troost de Geest, Die in ons bidt, waar wij niet weten te bidden, het bezwaarde en verbrijzelde hart.

Zoo geeft Hij den geloovige te wonen in Zijne voorhoven, in den voorhof Zijner eeuwige heerlijkheid, heiligheid en goedettierenheid. En te midden van zijne ellende juicht de geloovige: „Welgelukzalig is hij, dien Gij verkiest, en doet naderen, dat hij wone in Uwe voorhoven!" — Ja, welgelukzalig is hij! — Hier springt het hart op van vreugde. Ja, wél ons, broeders en zusters, die des Heeren zijt! de harpen van den wand genomen, en den Heere een loflied gezongen in onze harten! Wél ons! De Heilige en Recht-

Sluiten